De radioflits – die slechts eenmalig is waargenomen – blijkt afkomstig te zijn uit een sterrenstelsel op zo’n 7,9 miljard lichtjaar afstand.

Het was wereldnieuws vorige week: voor het eerst waren onderzoekers erin geslaagd om een eenmalig waargenomen radioflits te lokaliseren. En nu is het onderzoekers opnieuw gelukt. Met behulp van Owens Valley Radio Observatory en het W.M. Keck Observatory hebben ze niet alleen een nieuwe snelle radioflits gedetecteerd, maar deze ook direct gelokaliseerd. De flits blijkt afkomstig te zijn uit een sterrenstelsel op zo’n 7,9 miljard lichtjaar afstand.

Snelle radioflitsen: hoe zit het ook alweer?
Snelle radioflitsen zijn heldere radiopulsen die zeer kort – slechts enkele milliseconden – aanhouden en waarbij enorme hoeveelheden energie vrijkomen. De eerste radioflits werd in 2007 ontdekt in data van het Parkes Observatory. En in de jaren die volgden werden er nog eens tientallen radioflitsen ontdekt. In eerste instantie leek het erop dat elke snelle radioflits slechts één keer acte de présence gaf. Maar inmiddels zijn er ook twee repeterende radioflitsen ontdekt: FRB 121102 en FRB 180814.J0422 + 73.

Uniek
Dat het onderzoekers gelukt is om de bron van een snelle radioflits te lokaliseren, is behoorlijk uniek. Tot voor kort wisten we slechts van één snelle radioflits, aangeduid als FRB 121102, waar deze vandaan kwam. Deze radioflits bleek zijn oorsprong te vinden in een dwergsterrenstelsel op zo’n 3 miljard lichtjaar afstand. Het lokaliseren van de bron van deze radioflits was relatief eenvoudig, omdat FRB 121102 herhaaldelijk acte de présence geeft. Veel lastiger is het om de exacte locatie van een snelle radioflits te bepalen als deze slechts eenmalig (en heel kort) verschijnt. Vorige week maakten onderzoekers echter bekend dat het hen voor het eerst gelukt was om ook de bron van een eenmalige snelle radioflits te lokaliseren. Deze snelle radioflits, aangeduid als FRB 180924, bleek afkomstig uit een sterrenstelsel op zo’n 4 miljard lichtjaar afstand.


Oorsprong
En nu is dus voor de tweede keer een eenmalige snelle radioflits gelokaliseerd. Deze radioflits blijkt afkomstig te zijn uit een sterrenstelsel dat lijkt op het onze. Het onderschrijft het idee dat radioflitsen in verschillende omgevingen kunnen worden geproduceerd. Eerder stelden onderzoekers al vast dat FRB 121102 ontstond in een dwergsterrenstelsel dat in een rap tempo – ongeveer 100 keer sneller dan onze eigen Melkweg – sterren vormt. En FRB 180924 ontstond juist in een heel groot sterrenstelsel dat relatief weinig sterren vormt en dus in geen enkel opzicht op het thuis van FRB 121102 lijkt. En nu is er dus FRB 190523 die zijn oorsprong vindt in een Melkweg-achtig sterrenstelsel. “Deze ontdekking vertelt ons dat elk sterrenstelsel – zelfs een heel gewoon sterrenstelsel zoals onze Melkweg – een snelle radioflits kan genereren,” stelt onderzoeker Vikram Ravi.

Magnetars
Hoe snelle radioflitsen ontstaan, wordt ook na het lokaliseren van FRB 190523 niet in één klap duidelijk. Maar gaandeweg worden we wel steeds wijzer. Zo suggereren de laatste ontdekkingen dat we de hypothese die stelt dat snelle radioflitsen ontstaan door erupties op magnetars – neutronensterren met een extreem sterk magnetisch veld – waarschijnlijk moeten herzien. “De theorie dat snelle radioflitsen afkomstig zijn van magnetars ontstond deels doordat FRB 121102 afkomstig bleek te zijn van een gebied waarin veel sterren worden gevormd en door het exploderen van zware sterren ook veel jonge magnetars kunnen worden geboren,” legt onderzoeker Vikram Ravi uit. Maar nu blijkt dat snelle radioflitsen ook het levenslicht kunnen zien in sterrenstelsels die niet zo veel sterren (meer) vormen.

Hoe snelle radioflitsen dan wel ontstaan? Die vraag kunnen we waarschijnlijk pas beantwoorden als onderzoekers nog veel meer snelle radioflitsen hebben gelokaliseerd. En dat hoeft niet heel lang meer te duren; nu is het lokaliseren van snelle radioflitsen nog een zeldzaamheid, maar dat gaat veranderen. Momenteel wordt er gewerkt aan het Deep Synoptic Array, bestaande uit 110 radioschotels. Wanneer dit instrument in 2021 af is, verwachten onderzoekers in staat te zijn om meer dan 100 snelle radioflitsen per jaar te ontdekken en lokaliseren.