Klimaatwetenschappers van de universiteit van Reading beweren dat het oppervlak van het Antarctische zeeijs in de zomer de afgelopen honderd jaar niet meer dan veertien procent is afgenomen. Dit verlies is veel kleiner dan wat er op de noordpool gebeurt.

De onderzoekers hebben honderd jaar oude logboeken van verkenners als Robert Scott, Ernest Shackleton en Erich von Drygalski geanalyseerd om een beeld te krijgen van het oppervlak van het Antarctisch zeeijs begin vorige eeuw.

“We weten dat het Antarctisch zeeijs in de zomer de afgelopen dertig jaar qua omvang is afgenomen, maar uit de historische logboeken blijkt dat het zeeijs honderd jaar geleden niet veel groter was”, zegt onderzoeker Jonathan Day. “Dit betekent dat het zeeijs ergens tussen het begin van de twintigste eeuw en de jaren vijftig van de vorige eeuw groeide.”

Het oppervlak van het zeeijs was begin vorige eeuw ergens tussen de 5,3 en 7,4 miljoen vierkante kilometer. De ijsmassa was in de jaren vijftig van de vorige eeuw echter veel groter. Decennia later kromp het zeeijs, waardoor het ijs momenteel in de zomer een gebied van zes miljoen vierkante kilometer bedekt. Het exacte oppervlak verschilt overigens per jaar.

Het paper in The Cryosphere laat zien dat het Antarctisch ijs minder gevoelig is voor klimaatverandering dan het Arctisch ijs. Dit is overigens te verklaren. “De totale hoeveelheid zeeijs neemt zoals verwacht af, maar net zoals niet elk gebied even sterk opwarmt zien we niet in elk gebied met zeeijs dezelfde trend”, aldus onderzoeker Claire Parkinson in 2014.