Lang leek de opwarming van de aarde de Adéliepinguïn geen windeieren te leggen, maar dat is – in sommige gebieden – aan het veranderen.

Adéliepinguïns leven alleen in gebieden waar zee-ijs voorkomt. Maar de pinguïns hebben ijsvrij land nodig om te broeden. Geen wonder dat het klimaat al miljoenen jaren van invloed is op de verspreiding van deze pinguïn.Zo weten we dat de ijstijd – waarin gletsjers groter werden en het broedgebied van de pinguïns bedekten – de Adéliepinguïns verdreef. Maar toen de aarde weer wat opwarmde en de gletsjers smolten, trokken de pinguïns weer terug naar hun rotsachtige broedgebieden.

Groei
Even leek het er dan ook op dat de huidige opwarming van de aarde de Adéliepinguïns goed deed. In 2013 schreven onderzoekers nog dat Adéliepinguïns op het Beaufort-eiland in de Rosszee (een diepe baai in Antarctica) sterk in aantal toenamen. Waarschijnlijk doordat het ijs zich terugtrok en het leefgebied van de pinguïns sinds 1958 maar liefst 71 procent groter was geworden.

In de problemen
Maar een nieuw onderzoek schetst een heel ander beeld en stelt dat de Adéliepinguïns niet langer profiteren van de opwarming van de aarde. Sterker nog: de opwarming vormt een bedreiging voor de koloniën. Zo’n 30 procent van de huidige koloniën zal tegen 2060 waarschijnlijk te maken hebben met een afname van het aantal leden. En tegen 2099 zou zelfs 60 procent van de koloniën worstelen om in leven te blijven. De oorzaak? Veranderingen in het klimaat en dan met name langdurige perioden waarin het water aan het oppervlak warmer is dan normaal. Hoe die hogere watertemperaturen precies bijdragen aan het verval van koloniën is niet helemaal duidelijk.

West-Antarctisch Schiereiland
Momenteel neemt het aantal Adéliepinguïns dat leeft op het West-Antarctisch Schiereiland – één van de snelst opwarmende plekken ter wereld – af. In andere delen van Antarctica gaat het redelijk goed met de Adéliepinguïns of nemen hun aantallen zelfs toe (zoals het onderzoek uit 2013 liet zien). Om een beeld te krijgen van hoe de toekomst van de Adéliepinguïns eruit ziet, moesten de onderzoekers zien te achterhalen waarom de pinguïns het op het West-Antarctisch Schiereiland moeilijk hebben. Zodra dat helder was, gingen ze na of ook andere koloniën in de toekomst met die problemen te maken zouden kunnen krijgen. En daaruit rolt dan vervolgens een toekomstprojectie voor de Adéliepinguïn. En zoals gezegd: die is niet rooskleurig.

Satellietbeelden
De onderzoekers analyseerden satellietbeelden die tussen 1981 en 2010 van Antarctica waren gemaakt en keken met name naar de concentratie zee-ijs en de hoeveelheid ijsvrij land. Ook stelden de onderzoekers de watertemperatuur door de tijd heen vast (samen met de hoeveelheid zee-ijs en ijsvrij land gaf dat een goede indicatie van de kwaliteit van het leefgebied). Tevens keken de onderzoekers waar de pinguïns zich ophielden.

Uit het onderzoek blijkt dat de Adéliepinguïns het met name moeilijk hebben in gebieden waar de temperatuur van het water hoog ligt. Het suggereert dat warmere watertemperaturen minder geschikt zijn voor het grootbrengen van jongen, waardoor het aantal Adéliepinguïns in deze gebieden afneemt. Klimaatmodellen voorspellen dat steeds meer delen van Antarctica de komende tijd met hogere watertemperaturen te maken krijgen en dus minder geschikt zijn voor de Adéliepinguïns. Maar, de onderzoekers hebben ook nog een klein beetje goed nieuws. Zo lijkt het erop dat Antarctica ook na 2099 nog gebieden zal bezitten die relatief gezien amper door klimaatverandering zijn aangetast en dienst kunnen doen als vluchthaven voor de pinguïns.