koraalforel

Op een warme zomerdag kunnen we ons intens lui voelen. Nieuw onderzoek suggereert nu dat het warmer wordende oceaanwater ongeveer hetzelfde effect heeft op sommige vissen. Ze gaan minder zwemmen, minder voedsel verzamelen en groeien uiteindelijk dus minder hard.

Een vis moet zwemmen om te kunnen overleven. Alleen door zich voort te bewegen, kan deze voedsel en een partner vinden en dus nageslacht op de wereld zetten. “Opwarming van de aarde kan de zwemvaardigheden van veel vissoorten beperken en een enorme invloed hebben op hun groei en voortplanting,” stelt onderzoeker Jacob Johansen.

Johansen en zijn collega’s baseren die conclusie op experimenten. Daaruit blijkt dat een hogere watertemperatuur koraalforellen ‘lui’ maakt. Ze brengen meer tijd rustend op de bodem van de oceaan door en besteden aanzienlijk minder tijd aan de zoektocht naar voedsel en een partner. En zelf wanneer vissen het kunnen opbrengen om rond te zwemmen, doen ze dat in warmer water aanzienlijk trager. En dat maakt het waarschijnlijk lastiger voor de vissen om voedsel en een partner te vinden.

Gelukkig is er ook goed nieuws. Koraalforellen die in het noordelijke deel van het Great Barrier Reef leefden, bleken beter dan de zuidelijke populaties tegen de hitte bestand te zijn. Het suggereert dat koraalforellen wellicht in staat zijn om zich aan de nieuwe temperaturen aan te passen.