Taalwetenschappen: klinkt misschien niet direct als een onderzoeksdomein waar je hart een sprongetje van maakt. Maar laat je niks wijsmaken: taalwetenschap is hartstikke spannend. Dat betogen taalwetenschappers Sterre Leufkens en Marten van de Meulen in het nieuwe boek ‘Opzienbarende ontdekkingen over taal‘. En we moeten ze gelijk geven.

Het boek schetst een beeld van een onderzoeksveld vol reuring. Want taal evolueert en aan de taalwetenschapper de schone taak om dat bij te benen. Het betekent dat er binnen de taalwetenschappen continu nieuwe ontdekkingen gedaan worden en onderzoekers voortdurend tot nieuwe inzichten komen. En die zijn ook razendinteressant voor de leek, want taal gebruiken we tenslotte allemaal.

Het boekje van Leufkens en Van der Meulen is ingedeeld in korte hoofdstukjes waarin de meest uiteenlopende onderwerpen aan bod komen. Zo leggen de onderzoekers uit waar taal vandaan komt, hoe mensen zich een moedertaal eigen maken en wat er in het brein gebeurt als je met taal bezig bent. Maar het leukst zijn toch de hoofdstukken waarin je verrast wordt met dingen die je niet wist of waar je simpelweg nog nooit over had nagedacht. Wist je bijvoorbeeld dat er nog steeds nieuwe talen ‘geboren worden’? En dat het klimaat waarin mensen leven invloed lijkt te hebben op taal? Zo komen toontalen (talen waarin de toonhoogte de woordbetekenis bepaalt) vaker voor in vochtige en warme gebieden (waarschijnlijk omdat de stembanden in die gebieden het best functioneren). En wist je dat wij Nederlanders niet alleen veel woorden lenen, maar ook heel wat woorden uitlenen? Er zijn wel 138 talen die Nederlandse woorden lenen. Je moet dan onder meer denken aan het Javaans en Papiaments, maar ook aan het Frans en Duits, het Oekraïens en zelfs het Russisch.

Het is zomaar een greep uit het boek dat volgens de auteurs nog maar het topje van de ijsberg die taalwetenschap heet, laat zien. Het klinkt alsof het boek een vervolg krijgt. En dat is iets om naar uit te kijken. Want ‘Opzienbarende ontdekkingen over taal‘ smaakt naar meer. Het leest lekker weg, is laagdrempelig en blijft boeien. Dat laatste is zeker de verdienste van de auteurs die de taalwetenschappen in dit boek voorgoed van het stoffige jasje ontdoen.