Menselijke oren zien er asymmetrisch en vreemd uit. Waarom hebben wij niet gewoon oren zoals schotelantennes? Gehooronderzoekers van de Radboud Universiteit Nijmegen ontdekten waar de plooitjes en de aparte vorm van onze oren goed voor zijn.

“Wij hebben uitgerekend dat we daarmee een perfecte richtingsgevoelige antenne hebben”, vertelt professor John van Opstal. Hij onderzocht samen met Peter van Bremen menselijke oren. ” Een deel van het geluid komt rechtstreeks in de gehoorgang, een ander deel via terugkaatsing van de binnenste en buitenste oorplooien. Dat geeft een faseverschuiving die toeneemt naarmate de bron meer achter ons ligt. De faseverschuiving is ook afhankelijk van of het geluid van onder of boven komt. In de gehoorgang interfereert het weerkaatste met het direct invallende geluid. Een deel van het signaal wordt zwakker, een ander deel sterker, afhankelijk van de toonhoogte en het faseverschil. Uit die patronen leiden de hersenen af waar het geluid vandaan komt.”

Voor het onderzoek moesten proefpersonen snel in de richting van een bepaald geluid kijken. Er werden telkens twee geluiden gepresenteerd. Als de geluidsbronnen dicht bij elkaar lagen keken proefpersonen iedere keer naar een plek tussen de twee geluiden in: een stereo-effect. Bij geluidsbronnen die ver uiteen lagen keken de proefpersonen naar één van de twee. De onderzoekers konden niet voorspellen naar welke.

Ook al luisteren mensen met één oor, dan nog vindt het stereo-effect plaats. De asymmetrische oren zorgen daarvoor. Wanneer proefpersonen volmaakte ronde opplakoren gebruikten om geluiden te lokaliseren, waren ze niet in staat om de bron te vinden.