Zo dragen wilde organismen bij aan de verspreiding van plastics.

Dat hebben onderzoekers van de universiteit van Plymouth ontdekt. Hun bevindingen zijn terug te lezen in het blad Marine Pollution Bulletin.

Vlokreeftje
De onderzoekers bestudeerden de snelheid waarmee het vlokreeftje Orchestia gammarellus – te vinden in kustgebieden in het noorden en westen van Europa – plastic tasjes afbreekt. Ze ontdekten dat deze organismen – ook wel kwelderspringers genoemd – plastic versnipperen. In en rond de uitwerpselen van de vlokreeftjes werden zeer regelmatig microplastics aangetroffen.

De rol van organismen
Eerder onderzoek toonde al aan dat grotere stukken plastic die in zee belanden, gaandeweg in microscopisch kleine stukjes plastic uiteenvallen. Gedacht werd dat dat kwam door de golfslag en zonlicht. Maar mariene organismen blijken hierin dus ook een centrale rol te spelen.

WIST JE DAT…

…ook koraal plastic eet? En dat doet, omdat het lekker is?

Biofilm
De onderzoekers keken ook of de snelheid waarmee kwelderspringers plastic versnipperden, beïnvloed werd door de aanwezigheid van een biofilm (een laag organisch materiaal die door de tijd heen op het plastic kan ontstaan). Het onderzoek wijst uit dat zo’n biofilm ervoor zorgt dat de kwelderspringers het plastic zo’n vier keer sneller in kleine stukjes scheuren. Het is volgens de onderzoekers in lijn met eerder onderzoek dat erop wijst dat zeedieren en -vogels (plastic) afval in toenemende mate als een bron van voedsel zien, ongeacht de schade die dit afval aan hun lijf en gemeenschappen kan veroorzaken.

“Naar schatting worden er elk jaar 120 miljoen ton plastic spullen – zoals tasjes – geproduceerd die maar één keer gebruikt worden,” stelt onderzoeker Richard Thompson. “En dit is de belangrijkste bron van plastic vervuiling. (Dit plastic afval, red.) vormt al een enorm potentieel gevaar voor het mariene leven, maar dit onderzoek laat zien dat soorten ook kunnen bijdragen aan de verspreiding van dergelijk afval. Het laat maar weer eens zien dat afval in zee niet alleen een esthetisch probleem is, maar ook heel serieuze en blijvende milieuschade kan veroorzaken.”