De holbewoners die zo’n 30.000 jaar geleden de aarde bevolkten en mogelijk zelfs de Neanderthalers die daarvoor al leefden, maalden meel en verwerkten groenten alvorens deze te eten. Dat blijkt uit nieuw onderzoek. Wetenschappers vonden tijdens de studie het oudste bewijs van deze kookkunsten: 30.000 jaar oud vies ‘keukengerei’.

Het feit dat mensen 30.000 jaar geleden al in staat waren om meel te malen en groenten klaar te maken, wijst erop dat moderne mensen en mogelijk zelfs Neanderthalers veel meer plantaardige producten gebruikten dan gedacht. Zelfs de grotbewoners waren kennelijk experts op het gebied van koken. Genieten van heerlijk bereid en gezond voedsel was blijkbaar toen ook al een must.

Koken
“Koken maakt voedsel gemakkelijker verteerbaar en ook de smaak van zetmeel wordt beter na het koken,” legt onderzoeker Anna Revedin uit. De onderzoeker vermoedt dat het geprepareerde voedsel de grotbewoners een dienst bewees. “We zijn ervan overtuigd dat meel de mobiele capaciteit vergrootte, omdat het een goede bron van energie is.”

Recepten
De onderzoekers bestudeerden 30.000 jaar oud keukengerei uit Italië, Rusland en Tsjechië. Daar Neanderthalers ook ooit deze drie gebieden bewoonden, is het aannemelijk dat zij ook konden koken. Aan het keukengerei zaten sporen van zetmeel en diverse groenten en zaden. Meel van de lisdodde – in de volksmond ook wel kattenstaart genoemd – was heel populair onder de prehistorische mensen. “Onze experimenten suggereren dat het mogelijk is om dit meel te mixen met water om een soort plat brood te verkrijgen dat op hete stenen gekookt werd. Het is ook mogelijk dat het meel gebruikt werd in een soep.”

Het meel was bijzonder voedzaam en de leverancier – de lisdodde in dit geval – werd waarschijnlijk onder meer gekozen omdat deze dichtbij de grot groeide. Andere voedselsoorten – die wat verder weg voorkomen of op het eerste gezicht wat minder smakelijk lijken – werden waarschijnlijk pas populair na enkele experimenten.