Het komt regelmatig voor: een oude man wandelt over een zebrapad en valt net voor het bereiken van de stoep. Het advies van de dokter: langzamer lopen. Onterecht, want langzaam lopen is niet stabieler dan snel lopen. Dit beweert Sjoerd Bruijn van de Vrije Universiteit.

Sjoerd Bruijn vond in zijn onderzoek dat, in tegenstelling tot wat voor kort gedacht werd, langzaam lopen waarschijnlijk niet stabieler is dan snel lopen. Bovendien bleek dat armzwaai lopen instabieler maakt, maar dat het vrij hebben van de armen er wel voor zorgt dat er adequater gereageerd kan worden op verstoringen van het looppatroon.

Ouderen die vallen brengen medische kosten en nadelige sociale effecten met zich mee. Dit is een probleem in een samenleving die aan het vergrijzen is. Het is bekend dat een groot gedeelte van deze vallen plaatsvinden tijdens het lopen. Om beter in staat te zijn vallen te voorkomen, is het nodig de mensen die onstabiel lopen, en dus een grote valkans hebben, op tijd te identificeren. Bruijn deed onderzoek naar methoden om de stabiliteit van het lopen te bepalen.

Een nog weinig gebruikte maat, berekend op basis van metingen aan de loopbewegingen, bleek verschillen in stabiliteit goed weer te geven. Bovendien bleek deze maat met relatief eenvoudige apparatuur te bepalen, waardoor grootschalige klinische toepassing mogelijk is. Bruijn onderzocht factoren die de stabiliteit van lopen zouden kunnen beïnvloeden, zoals loopsnelheid en armzwaai. In een serie experimenten liet hij proefpersonen lopen op een loopband terwijl de bewegingen werden gefilmd.