De vondst kan erop wijzen dat een voorliefde voor bier mensen aanmoedigde om landbouw te gaan bedrijven.

Onderzoekers hebben in een grot in Israël sporen gevonden die erop wijzen dat mensen hier tussen 11.700 en 13.700 jaar geleden(!) al bezig waren met het brouwen van bier. “Dit is ’s werelds oudste bewijs voor door mensen gemaakte alcohol,” aldus onderzoeker Li Liu, verbonden aan Stanford University.

Alcohol
Liu en collega’s deden onderzoek in een grot in Haifa, waar de Natufiërs duizenden jaren geleden hun doden ter ruste legden. In de grot troffen de onderzoekers in de vloer uitgehakte gaten aan. In deze gaten werden verschillende plantensoorten opgeslagen en bereid. Maar toen de onderzoekers zich over de achtergebleven resten in deze ‘putten’ bogen, troffen ze er tot hun grote verbazing ook alcohol in aan. “We waren niet op zoek naar alcohol, maar wilden gewoon uitzoeken welke planten mensen aten,” vertelt Liu.

Drie stappen
Uiteindelijk stuitten de onderzoekers op microscopisch kleine plantenresten die we doorgaans aantreffen wanneer men tarwe en gerst transformeert tot alcoholhoudende drank. Liu en collega’s denken dat de Natufiërs alcohol produceerden voor de rituele feesten die ze organiseerden om hun doden te vereren. Waarschijnlijk brouwden de Natufiërs hun bier in drie stappen. Eerst werd zetmeel van tarwe of gerst omgezet in mout. Daarna werd het mout fijngestampt en verhit. Waarna de Natufiërs het lieten fermenteren met behulp van wilde gist.

Brood en bier
Wat de ontdekking met name bijzonder maakt, is het moment in de geschiedenis waarop de Natufiërs hun bier maakten. Hun brouwerij is duizenden jaren ouder dan de oudste brouwerij die ons tot voor kort bekend was. Sterker nog: hun brouwerij is grofweg even oud als het oudste brood dat onderzoekers recent in Jordanië ontdekten en eveneens door de Natufiërs werd gemaakt. Dat brood was op zijn beurt weer duizenden jaren ouder dan de landbouw. Het leert ons dat de Natufiërs dus lang voor de opkomst van de landbouw al bezig waren met het brouwen van bier en bakken van brood.

En daarmee lijkt het onderzoek een oude hypothese die in de jaren zestig van de vorige eeuw rondzong, nieuw leven in te blazen. Deze hypothese stelt dat mensen in sommige gebieden granen gingen verbouwen, omdat ze gek waren op bier. Doorgaans wordt aangenomen dat het andersom is en dat de landbouw leidde tot het brouwen van bier. “Deze ontdekking wijst erop dat het maken van alcohol niet noodzakelijk het resultaat was van een door de landbouw ontstaan overschot (aan tarwe en gerst, red.), maar in ieder geval tot op zekere hoogte nog voor de landbouw, ontstond voor rituele doeleinden en spirituele behoeftes,” aldus Liu.