Archeologen vermoeden de kist en de overblijfselen van koningin Edith te hebben opgegraven. Ze was een zus van koning Athelstan en een kleindochter van Alfred de Grote. De vrouw stierf op 36-jarige leeftijd en lang werd gedacht dat haar stoffelijk overschot verloren waren gegaan. Ze blijkt nu in 1510 herbegraven te zijn.

Archeologen onderzochten een monument in de kathedraal van Maagdenburg (Zuid-Duitsland) toen ze op de kist van Edith stuitten. Haar naam staat erop en in de kist is het skelet van een vrouw tussen de dertig en veertig jaar gevonden. De universiteit van Bristol onderzoekt de vondst en hoopt te kunnen bewijzen dat het om Edith gaat. Hiervoor wordt gekeken naar de radioactieve isotopen die zich in de botten bevinden. In het onderzoek richt men zich op de concentratie strontium in de tanden. Dit element wordt tot het vijftiende levensjaar gevormd. Als de concentratie overeenkomt met die in Groot-Brittannië, bewijst dat dat de vrouw in ieder geval in Engeland is opgegroeid. “We weten dat Saksische royalty veel rondreisden,” legt onderzoeker Mark Horton uit. “We hopen dat we de resultaten van het isotopenonderzoek kunnen verbinden aan bekende locaties rond Wessex en Mercia, waar zij haar kindertijd zou kunnen hebben doorgebracht. Als we kunnen bewijzen dat dit Edith is, dan is dit één van de meest spannende historische ontdekkingen in jaren.”

Koningin Edith was een zus van koning Athelstan. Hij werd de eerste koning van Engeland nadat hij de Saksische en Keltische koninkrijken verenigd had. Zijn grafkist bevindt zich in Malmesbury Abbey, maar is waarschijnlijk leeg. De zus van Edith was met een onbekende Europese vorst getrouwd. Ze zou ook de mogelijkheid hebben gehad om met Otto – de heilige Romaanse keizer – te trouwen, maar hij zou voor Edith hebben gekozen. Otto en Edith leefden in Saksen. Ze kregen twee kinderen.