Onze voorouders waren hier 100.000 jaar eerder dan gedacht al te vinden.

Dat blijkt uit opgravingen in een gebied dat aangeduid wordt als Ti’s al Ghadah en gelegen is in de Nefud-woestijn. Onderzoekers troffen er naast gefossiliseerde dierenresten die duidelijk bewerkt waren, ook stenen gereedschappen aan. Samen schetsen deze vondsten een duidelijk beeld: onze voorouders waren hier 500.000 tot 300.000 jaar geleden al te vinden. Het zou betekenen dat ze dit gebied 100.000 jaar eerder bewoonden dan gedacht.

Missend puzzelstukje
“Ti’s al Ghadah is één van de belangrijkste paleontologische vindplaatsen op het Arabisch Schiereiland,” vertelt onderzoeker Mathew Stewart. Eerder zijn in het gebied al resten van olifanten, jaguars en watervogels teruggevonden én gedateerd. Al langer vermoeden onderzoekers dat zeker een aantal van die deren door toedoen van mensachtigen de dood vond. Maar omdat men er maar niet in slaagde om stenen gereedschappen te vinden, kon niet met zekerheid gesteld worden dat mensachtigen tegelijkertijd met deze dieren in het gebied aanwezig waren. De nieuwe vondsten in Ti’s al Ghadah brengen daar verandering in: voor het eerst zijn stenen gereedschappen zij-aan-zij met bewerkte, gefossiliseerde dierenresten teruggevonden.

Logisch?
Dat er sporen van mensachtigen op het Arabisch Schiereiland zijn aangetroffen, lijkt misschien niet meer dan logisch als je kijkt naar de ligging ervan. Het Arabisch Schiereiland ligt immers zo mooi tussen Afrika en Eurazië in. Het lijkt dan ook niet vergezocht dat mensachtigen via het Arabisch Schiereiland naar Eurazië reisden. Tot voor kort vonden onderzoekers dat echter helemaal niet zo logisch. Want het klimaat op het Arabisch Schiereiland is vandaag de dag niet heel gastvrij; het gebied is woestijnachtig en heel anders dan het savannelandschap dat mensachtigen in Afrika gewend waren. Maar de laatste tijd verschijnen steeds meer studies die erop wijzen dat het Arabisch Schiereiland er in het verleden anders uitzag. En ook dit onderzoek onderschrijft dat idee.

Een analyse van de gefossiliseerde dierenresten wijst erop dat het Arabisch Schiereiland in de tijd dat deze dieren leefden voornamelijk bedekt was met gras en behoorlijk vochtig was. Sterker nog: er moet ongeveer evenveel regen zijn gevallen als in de Afrikaanse savanne. Het betekent dat de mensachtigen die vanuit Afrika op het Arabisch Schiereiland arriveerden, zich niet enorm hoefden aan te passen aan hun nieuwe leefomgeving. Hun aanwezigheid op het Arabisch Schiereiland moet volgens de onderzoekers dan ook niet zozeer gezien worden als het koloniseren van nieuw leefgebied, maar meer als een uitbreiding van het bestaande leefgebied.