kijkertje

Bij opgravingen in Delft hebben archeologen een bijzondere vondst gedaan. Ze troffen een kijkertje uit de zeventiende eeuw aan. Het kijkertje gaat de boeken in als de oudste telescoop die in Nederland bewaard is gebleven.

Dat meldt Museum Boerhave. Het kijkertje is ongeveer tien centimeter lang. Aan de ene kant zit een glazen lensje (het objectief) met een diameter van twaalf millimeter dat aan de ene kant bol en aan de andere kant vlak is. Aan de andere kant zit een plat/holle lens (het oculair). Alleen het centrale deel van het objectief is goed genoeg geslepen om als telescoop dienst te kunnen doen.

Afbeelding: Museum Boerhaave.

Afbeelding: Museum Boerhaave.

Oud
De telescoop werd in 1608 in Middelburg uitgevonden en bestond uit een buisje met twee lenzen. Het oorspronkelijke ontwerp was gemakkelijk na te maken en in de eerste helft van de zeventiende eeuw circuleerden er dan ook al veel van deze telescopen in Europa. De twee oudste kijkers die in ons land bewaard zijn gebleven stammen uit 1669 en 1683. Tenminste: dat was het geval voor archeologen dit kijkertje vonden. Het in Delft aangetroffen kijkertje stamt namelijk uit de eerste helft van de zeventiende eeuw en is daarmee de oudste telescoop die – voor zover bekend – in Nederland bewaard is gebleven.

Een spotprent uit 1635, waarop een soortgelijk kijkertje te zien is. Afbeelding: Museum Boerhaave.

Een spotprent uit 1635, waarop een soortgelijk kijkertje te zien is. Afbeelding: Museum Boerhaave.

Prent
Dat het kijkertje afkomstig is uit de eerste helft van de zeventiende eeuw leiden onderzoekers uit verschillende kenmerken af. Zo ziet het kijkertje er precies zo uit als de kijkertjes op prenten uit die tijd (zie hiernaast). Daarnaast verwijzen de bouw en luchtbelletjes in het glas van de telescoop duidelijk naar de technologische beperkingen waar men in de eerste helft van de zeventiende eeuw nog tegenaan liep.

Wat ook heel interessant is, is dat een gelige waas op het blik erop wijst dat het kijkertje verguld was. Dat lijkt in eerste instantie heel vreemd: waarom zou men een primitieve kijker in een luxe product stoppen als er betere kijkers voorhanden waren? Het wijst er eveneens op dat het kijkertje echt uit de eerste helft van de zeventiende eeuw stamt. In Delft werden toen veel kijkers geproduceerd en was sprake van een kruisbestuiving tussen kunst en optiek.