Het haakje is zo’n 23.000 jaar oud en bewijst dat de mens tienduizenden jaren geleden er al op los hengelde.

Wanneer stapte de eerste mens in een bootje om ver het water op te gaan en terug te keren met verse vis? Dat is een lastige vraag. De oudste boten die ooit zijn teruggevonden, zijn zo’n 10.000 jaar oud. Maar het is niet aannemelijk dat dit ook echt de oudste boten zijn. De oudste sporen van mensen op eilandjes als Australië zijn zeker 45.000 jaar oud. En hoe zijn die mensen daar gekomen? Precies. Met de boot. Maar dan blijft nog de vraag: waren dit ervaren schippers die doelbewust de diepe wateren opzochten? Of waren ze afgedwaald en kwamen ze bij toeval op Australië terecht?

Hengelsport
Direct bewijs dat mensen tienduizenden jaren geleden al goede schippers waren, bleef dus uit. Tot nu. Want onderzoeker Susan O’Connor heeft in een grot op Oost-Timor een bijzondere vondst gedaan. Ze trof er een vishaak aan. Die werd gedateerd en bleek 23.000 jaar oud te zijn, zo meldt het blad Science. Daarmee is het het oudste bewijs van hengelsport dat totnogtoe is teruggevonden.

WIST U DAT?

…Neanderthalers waarschijnlijk al schelpdieren aten?

Restanten
Natuurlijk bewijst zo’n haakje nog niet dat mensen de zee op gingen om te vissen. Maar O’Connor vond nog meer. Namelijk restanten van tonijn en haaien. En ze vond die in aardlagen die zo’n 42.000 jaar oud zijn. De vissoorten leven op flinke diepte en bewijzen dat mensen zo’n 42.000 jaar geleden al met bootjes redelijk ver de zee op gingen om te vissen.

Schippers
Volgens O’Connor laat haar onderzoek zien dat mensen meer dan 40.000 jaar geleden al prima schippers waren. Het bewijst nog niet dat ze eilanden als Australië doelbewust ‘opzochten’. Het is nog steeds mogelijk dat deze goede schippers afdwaalden en toevallig op Australië belandden.

De onderzoekers zetten hun studie voort. Ze hopen in de 42.000 jaar oude aardlagen naast restanten van vissen ook nog visgerei aan te treffen. Bijvoorbeeld een nog oudere vishaak.