Luie vissen die langzaam groeien, belanden minder gemakkelijk in onze netten dan snel groeiende vissen. De kans is dan ook groot dat die luie vissen door overbevissing straks in de meerderheid zijn en het leven van vissers op meerdere manieren zuur maken.

Dat concludeert onderzoeker Peter Biro. Hij gebruikte voor zijn onderzoek vier meren waarin eerder geen vissen voorkwamen. In de vier meren liet hij evenveel langzaam, matig snel en supersnel groeiende regenboogforellen los. De vissen kregen tussen de lente en herfst de gelegenheid om te groeien. Daarna zette Biro kieuwnetten in om de vissen te vangen.

WIST U DAT…

…onlangs de eerste wilde vis met huidkanker is ontdekt?

Uit het onderzoek bleek dat vissen die snel groeien tot wel twee keer vaker gevangen worden dan vissen die langzaam groeien. “Ik denk dat de sneller groeiende vissen met een grotere snelheid gevangen worden, omdat ze actiever, agressiever en dapperder zijn,” vertelt Biro. “Om snel te blijven groeien, moeten vissen erop uit, ze kunnen niet snel groeien en zich ergens onder verstoppen. De snelle groeiers zijn sterker geneigd om rond te zwemmen, en op grotere schaal voedsel te zoeken dan de langzame groeiers en daarom is de kans dat ze op visnetten stuiten, ook groter.” Biro benadrukt dat de grootte van vissen niet uitmaakte: kleine vissen die snel groeiden, werden ook twee keer zo snel gevangen als kleine vissen die traag groeiden.

De resultaten kunnen best zorgwekkend zijn. Door de overbevissing worden er steeds meer snel groeiende vissen uit de natuur weggenomen. “Als we de snelst groeiende vissen blijven opvissen, dan lopen we het risico dat we bijdragen aan een evolutionaire verschuiving in het voordeel van de traag groeiende vissen, aangezien de groeisnelheid van vissen grotendeels bepaald wordt door hun genen.” Biro wijst er daarbij op dat traag groeiende vissen over het algemeen ook minder vruchtbaar zijn. Dus vissers kunnen het in de toekomst twee keer zo moeilijk krijgen. Het aantal snel groeiende en snel voortplantende vissen die gemakkelijk te vangen zijn, neemt af. En de vissen die overblijven zijn moeilijker te vangen, maar planten zich ook nog eens langzamer voort, waardoor hun aantallen wanneer er toch op ze gevist wordt, sneller zullen dalen. “We zetten vispopulaties aan om trager te groeien en daardoor ook minder productief te zijn,” concludeert Biro.