zwarte dood

De mensen die de Zwarte Dood overleefden, werden aanzienlijk ouder dan de mensen die voor de epidemie toesloeg, leefden. En ook de generaties na hen waren gezonder. Dat blijkt uit een grootschalig onderzoek naar middeleeuwse skeletten.

In 1347 sloeg de Zwarte Dood – oftewel de bacterie Yersinia pestis – genadeloos toe. In vier jaar tijd kwam dertig procent van de Europeanen om. Maar ook daarna had de pest nog langdurig invloed op mensen, zo toont antropoloog Sharon DeWitte aan.

Gezondheid
DeWitte bestudeerde in de afgelopen tien jaar de skeletten van meer dan 1000 mannen, vrouwen en kinderen die voor-, tijdens en nadat de Zwarte Dood toesloeg, leefden. Ze stelde vast op welke leeftijd mensen overleden en hoe hun gezondheid was. Uit haar onderzoek blijkt onder meer dat niet iedereen een even grote kans had om aan de Zwarte Dood ten prooi te vallen. Met name zwakke mensen – van alle leeftijden – vonden de dood.

WIST U DAT…

…de zwarte dood in theorie weer kan toeslaan?

Ouder
Een andere opmerkelijke conclusie is dat de mensen die de Zwarte Dood overleefden doorgaans veel ouder werden dan de mensen die voor 1347 leefden. Veel van deze overlevenden werden zeventig of tachtig jaar oud. En ook de generaties na hen werden ouder en waren gezonder. En dat is best opvallend. Zeker als u bedenkt dat de Zwarte Dood de eerste grote epidemie van de middeleeuwen was: er volgden er nog meer. “Ondanks dat, ontdekte ik substantiële verbeteringen in de demografie en dus de gezondheid na de Zwarte Dood,” stelt DeWitte. Hoe komt dat? Er zijn twee redenen.

Natuurlijke selectie
Ten eerste stierven tijdens de Zwarte Dood de zwakste mensen. De sterkste mensen overleefden. Van hen mag men verwachten dat ze ook beter bestand zijn tegen ziektes en dus langer leven. Deze mensen kregen – in tegenstelling tot degenen die aan de pest overleden – de kans om hun (sterke) genen door te geven. De volgende generaties waren doorgaans dus ook sterker en leefden langer.

Daarnaast verbeterden de omstandigheden waarin mensen leefden. “Na de Zwarte Dood was er een ernstig tekort aan arbeiders, waardoor een einde kwam aan het middeleeuwse systeem van lijfeigenschap,” zo schrijft DeWitte in het blad PLoS ONE. “En daardoor stegen de lonen, terwijl de prijzen voor voedsel, goederen en huisvesting daalden. Deze veranderingen brachten een herverdeling van de welvaart teweeg.” Mensen kregen het beter en konden zich ook beter voedsel veroorloven. “Veranderingen in dieet kunnen leiden tot veranderingen in gezondheid, omdat voeding een sterke invloed heeft op het immuunsysteem. Na de Zwarte Dood werd er per hoofd meer geld besteed aan voedsel en aten mensen kwalitatief beter tarwebrood, vlees en vis en veel daarvan werd, in tegenstelling tot voor de epidemie, vers genuttigd.”