Nieuw onderzoek veegt het idee dat 50% van de embryo’s in de eerste twee weken na bevruchting sterven, van tafel.

Aan het eind van de jaren dertig maakten twee Amerikaanse onderzoekers – Arthur Hertig en John Rock – het tot hun missie om een prille embryo (dat wil zeggen: jonger dan twee weken) te spotten. Hun aanpak zouden we vandaag de dag onethisch noemen. Ze verzamelden vrouwen die jonger waren dan 45, minstens twee kinderen hadden en hun baarmoeder moesten laten verwijderen. Ze vertelden de vrouwen dat het verstandig was om kort voor de operatie seks te hebben en planden de operatie zo dat deze kort na de eisprong (het vruchtbare moment in de cyclus van een vrouw) plaatsvond. Ze hoopten zo dat een aantal van deze vrouwen zwanger zouden raken en ze de prille embryo’s in de verwijderde baarmoeders zouden aantreffen. In 1938 is het raak: de onderzoekers zien voor het eerst een menselijke embryo in een zojuist verwijderde baarmoeder.

Vijftig procent
Op basis van hun waarnemingen schatten de onderzoekers dat ongeveer de helft van de menselijke embryo’s in de eerste twee weken na de bevruchting, sterft. Maar onderzoeker Gavin Jarvis stelt nu dat Hertig en Rock sterk overdreven. “Ik denk dat je wel kunt zeggen dat hun (Hertigs en Rocks, red.) gegevens laten zien dat embryo’s kunnen sterven en dat soms ook in dit prille stadium al doen en dat vele anderen zich prima weten te redden,” vertelt Jarvis. “Maar we zouden dat ook zonder deze gegevens wel kunnen zeggen.” De steekproef van Hertig is volgens Jarvis “informatief, maar kwantitatief gezien niet nuttig.”

WIST JE DAT…

…onderzoekers eerder dit jaar één embryo maakten van een varken en mens?

Lastig vast te stellen
Maar hoeveel embryo’s weten dan dit prille stadium van de zwangerschap – waarin de vrouw vaak nog niet eens weet dat ze zwanger is – te overleven? Dat is best lastig vast te stellen, erkent Jarvis. “Proberen om te bepalen of een menselijke embryo de eerste dagen na de bevruchting overleeft, is bijna onmogelijk. Een vrouw kan pas twee weken na de bevruchting vermoeden dat ze zwanger is, wanneer ze niet ongesteld wordt. Met behulp van heel gevoelige laboratoriumtesten kunnen embryo’s gedetecteerd worden wanneer ze zich, ongeveer een week na de bevruchting, in de baarmoeder nestelen. Wat daarvoor onder natuurlijke omstandigheden gebeurt, is gissen.”

Inefficiënt
Een zwangerschap kan in de eerste twee weken na de bevruchting misgaan. Maar dat kan ook lang daarna nog. Schattingen omtrent het percentage embryo’s dat ergens tussen bevruchting en het moment van geboorte verloren gaat, lopen uiteen van minder dan 50 tot 90 procent. Dat laatste percentage is ontzettend hoog: het zou betekenen dat slechts 10 procent van de menselijke embryo’s uitgroeit tot een baby. Je zou in dat geval kunnen zeggen dat het menselijk voortplantingssysteem behoorlijk inefficiënt is.

Recenter onderzoek
En dat is het niet, zo stelt Jarvis. Hij wijst erop dat er sinds 1988 verschillende studies zijn gedaan naar vrouwen die zwanger proberen te worden. En die onderzoeken schetsen een vrij consistent beeld. Van alle embryo’s die zich innestelen, sterft één op de vijf zo snel dat een vrouw op het moment dat ze haar ongesteldheid verwacht ook echt ongesteld wordt en dus nooit te weten komt dat ze zwanger is geweest. Zo’n tien tot vijftien procent van de embryo’s zal in de periode nadat de vrouw een positieve zwangerschapstest in handen heeft gehad, sterven. Meestal in de eerste maanden van de zwangerschap. Maar over het algemeen zal zodra de innesteling begint, zo’n tweederde van de embryo’s in leven blijven. Hoeveel embryo’s sterven vóór de innesteling, blijft gissen.

IVF
Het grootste deel van de embryo’s lijkt – in ieder geval na de innesteling – dus in leven te blijven. Hoe komt het dan toch dat men doorgaans zo pessimistisch is over de overlevingskansen van een embryo? Het wordt mogelijk ingegeven door data die verzameld is tijdens IVF-behandelingen. Veel van de eicellen die in het laboratorium bevrucht worden, ontwikkelen zich niet goed. En wanneer de bevruchte eicel wel uitgroeit tot een embryo gaat het vaak na terugplaatsing toch nog fout. Je zou kunnen vermoeden dat de IVF-behandeling het natuurlijke proces zodanig goed nabootst dat de overlevingskansen van IVF-embryo’s vergelijkbaar zijn met die van embryo’s die in het vrouwelijk lichaam ontstaan zijn. Maar dat is hoogstwaarschijnlijk niet het geval, denkt Jarvis op basis van de gegevens die hij heeft ingezien. Waarschijnlijk draagt de kunstmatige omgeving waarin IVF-embryo’s ontstaan bij aan hun sterven en gaat het dus op de natuurlijke wijze vaker goed.

“Het is onmogelijk om precies te zeggen hoeveel embryo’s de eerste week overleven, maar in normale, gezonde vrouwen, ligt het percentage waarschijnlijk tussen de 60 en 90 procent.” Dat de percentages uiteenlopen, is volgens Jarvis te wijten aan een gebrek aan relevante gegevens. “Hoewel we het niet precies kunnen zeggen, kunnen we overdrijving natuurlijk wel voorkomen en afgaand op de studies die er gedaan zijn, is het duidelijk dat veel meer embryo’s overleven dan vaak wordt beweerd.”