De levensduur van bijen die aan neonicotinoïden worden blootgesteld neemt tot wel 23% af.

En die afname in de levensduur is niet alleen heel vervelend voor de individuele bij, maar ook slecht nieuws voor de kolonie waar deze deel van uitmaakt. Dat schrijven onderzoekers in het blad Science.

Het belang van de bij

Bijen zijn van cruciaal belang voor de voedselzekerheid. Bijen zijn namelijk verantwoordelijk voor de bestuiving van tal van planten, waaronder exemplaren die ons van voedsel voorzien.

Afname
Bijen wereldwijd hebben het moeilijk. Hun aantallen nemen rap af en koloniën vallen uiteen. Het is zorgwekkend (zie kader). Wetenschappers zijn dan ook al jaren bezig om de oorzaak van de bijensterfte te achterhalen. Op dit moment wordt daarbij met name gekeken naar pesticiden, zoals de neonicotinoïden. Verschillende studies hebben al aangetoond dat deze pesticiden een grote, negatieve impact hebben op de bij. Maar die studies konden op de nodige kritiek rekenen. Critici merkten op dat de negatieve effecten die tijdens deze studies gezien werden, niet realistisch waren, omdat de bijen aan veel hogere concentraties pesticiden waren blootgesteld dan in werkelijkheid, in de buitenlucht, het geval is.

Nieuw onderzoek
“Dit debat over hoe realistisch de blootstelling was, is al een tijdje gaande,” stelt onderzoeker Amro Zayed. “We moeten een seizoen lang monitoren wat neonicotinoïden in bijenkoloniën doen om te bepalen aan hoeveel (neonicotinoïden, red.) bijen in het veld worden blootgesteld.” En dat is exact wat Zayed en collega’s nu hebben gedaan. Ze bestudeerden bijenkoloniën op vijf verschillende plekken in Canada. Alle bijenkoloniën bevonden zich nabij maïsvelden en dat maïs was behandeld met neonicotinoïden. De onderzoekers bestudeerden daarnaast nog eens zes koloniën die op grote afstand van akkers gelegen waren. De koloniën werden gemonitord in de periode tussen begin mei en september. Regelmatig bezochten de onderzoekers de koloniën en gingen ze na hoe hoog de concentraties neonicotinoïden in de koloniën waren.

De resultaten
“Honingbij-koloniën nabij het maïs werden gedurende drie tot vier maanden aan neonicotinoïden blootgesteld: dat is het overgrote deel van het actieve bijenseizoen in het gematigde deel van Noord-Amerika,” vertelt onderzoeker Nadia Tsvetkov. Wat echter opvalt, is dat de bijen die pesticiden niet opdeden door contact met het maïs. “Het wijst erop dat de neonicotinoïden – die op kunnen lossen in water – vanaf de akkers in het omringende gebied terechtkomen, waar ze worden opgenomen door andere planten die aantrekkelijk zijn voor bijen.”

WIST JE DAT…

…ook bijen zich regelmatig moeten wassen? Nieuwsgierig hoe dat eruitziet? Bekijk het hier!

De impact
Nu de onderzoekers wisten aan welke concentraties neonicotinoïden de bijen in het wild werden blootgesteld, konden ze gaan kijken welke impact die concentratie op bijen heeft. Ze voerden een aantal bijenkoloniën over een periode van zo’n twaalf weken pollen die besmet waren met een concentratie clothianidine (een neonicotinoïde die in Noord-Amerika veelvuldig wordt gebruikt) die ietsje kleiner was dan de concentratie waar bijen in het wild aan werden blootgesteld. Werkers die aan deze pesticide werden blootgesteld, bleken zo’n 23 procent korter te leven. En koloniën die met deze pesticide in aanraking kwamen, waren minder schoon en hun eitjes leggende koningin had het lastiger. In andere woorden: de gezondheid van de kolonie liep rap terug. En dat is dus allemaal terug te leiden naar een pesticide in concentraties die vergelijkbaar zijn met de concentraties in het veld.

Naast het onderzoek van Zayed en collega’s zijn er in het blad Science en Nature nog twee papers verschenen die neonicotinoïden onder de loep leggen. En ook in deze studies komen de pesticiden er niet goed af. Zo toont het ene onderzoek aan dat neonicotinoïden ervoor zorgen dat bijen in Hongarije en Groot-Brittannië een jaar na blootstelling aan de pesticiden minder goed in staat zijn om nieuwe populaties te vormen. Hetzelfde onderzoek ontdekte – heel verrassend – dat neonicotinoïden in Duitsland juist een – op dit punt onverklaarbare – positieve impact hebben op de bijenkoloniën. Saillant detail is dat deze studie mede-gefinancierd is door bedrijven die neonicotinoïden produceren. Deze bedrijven hebben de studie inmiddels al ernstig in twijfel getrokken. Ze noemen de resultaten inconsistent en de getrokken conclusies te negatief. Dat er gelijktijdig dus nog twee studies verschenen zijn die aantonen dat neonicotinoïden een grote negatieve impact hebben op de bij: daar laten de bedrijven zich dan weer niet over uit. De felle reactie van de industrie is overigens goed te verklaren: de bedrijven komen in het nauw doordat steeds meer landen de afgelopen jaren het gebruik van neonicotinoïden verboden hebben.