En het Montreal Protocol verandert daar niets aan.

Vorige maand vierde het protocol dat onze ozonlaag redde, zijn 30e verjaardag. In het Montreal Protocol on Substances that Deplete the Ozone Layer (kortweg Montreal Protocol) beloofden landen de productie van stoffen die de ozonlaag aantastten, terug te schroeven. En met succes. Want het gaat beter met de ozonlaag (waarin rond 1985 een ‘gat’ werd ontdekt, zie kader). “Het herstel van de ozonlaag is begonnen,” concludeerde onderzoeker Jonathan Shanklin vorige maand.

Het gat in de ozonlaag bevindt zich boven Antarctica. Het is geen echt ‘gat’, maar een voortdurende verdunning van de ozonlaag. De ozonconcentratie boven de zuidpool fluctueert van nature: aan het eind van de Antarctische zomer – als de zon zich weer laat zien – wordt de ozonlaag tot in september alleen maar dunner, om zich vervolgens weer te herstellen. Maar in 1985 stelden onderzoekers vast dat er naast die seizoensgebonden trend een andere zorgwekkende trend zichtbaar was: de ozonlaag was sinds de jaren zeventig elke lente dunner dan de lente ervoor.

Te vroeg
Maar misschien hebben we iets te vroeg gejuicht. “Uitputting van de ozonlaag is een bekend fenomeen en wordt dankzij het succes van het Montreal Protocol gezien als een probleem dat we opgelost hebben,” vertelt onderzoeker David Oram. Maar het herstel van de ozonlaag wordt in de weg gezeten door ozonvernietigende stoffen waarover in het Montreal Protocol geen afspraken zijn gemaakt. Dat schrijven Oram en collega’s in het blad Atmospheric Chemistry and Physics.

Snel omhoog
In het blad onthullen de onderzoekers dat de uitstoot van ozonvernietigende stoffen waarover in het protocol geen afspraken zijn gemaakt, toeneemt. En dat deze stoffen ook daadwerkelijk hoog in de stratosfeer kunnen belanden en een gevaar vormen voor de ozonlaag. Dat laatste is verrassend. De stoffen in kwestie kregen geen plekje in het Montreal Protocol, omdat gedacht werd dat ze – eenmaal in de atmosfeer – niet lang genoeg standhielden om de ozonlaag aan te tasten. Het nieuwe onderzoek wijst uit dat de chemicaliën inderdaad niet lang standhouden, maar in Zuid-Azië versneld naar grote hoogte worden getransporteerd en zo toch de ozonlaag kunnen beschadigen.

Dichloormethaan
Eén van de stoffen waar de onderzoekers het over hebben, is dichloormethaan. Een stofje dat gebruikt wordt tijdens de productie van medicijnen, maar bijvoorbeeld ook om verf te verwijderen. De concentratie dichloormethaan in de atmosfeer nam in de jaren negentig en aan het begin van deze eeuw af. Maar in het afgelopen decennium is die concentratie weer sterk toegenomen. “Dat was een grote verrassing voor de wetenschappelijke wereld en we wilden graag de oorzaak van deze plotselinge toename ontdekken,” vertelt Oram. “We verwachtten dat de nieuwe emissies afkomstig waren van de ontwikkelingswereld, waar de industrialisatie rap toeneemt.”

Luchtvervuiling
Oram en collega’s bestudeerden de luchtvervuiling in Oost-Azië om de exacte oorsprong van dichloormethaan te achterhalen. “Onze schattingen suggereerden dat China verantwoordelijk kon zijn voor zo’n 50 tot 60 procent van de huidige wereldwijde uitstoot (van dichloormethaan, red.) en dat andere Aziatische landen, waaronder India waarschijnlijk ook significante uitstoters waren.” De onderzoekers verzamelden luchtmonsters op de grond in Maleisië en Taiwan en een deel van de Zuid-Chinese Zee. In de monsters zochten de onderzoekers naar vijftig chemische stoffen waarvan we weten dat ze ozon vernietigen (de concentratie van een groot aantal was door het Montreal Protocol al sterk afgenomen). Dichloormethaan bleek in grote hoeveelheden aanwezig te zijn. Net als de ozonvernietiger 1,2-dichloorethaan, die gebruikt wordt om PVC te maken. China is de grootste producent van PVC en het land heeft de productie de afgelopen jaren verder opgevoerd. Dat daarbij de uitstoot van dichloorethaan sterk is toegenomen, verraste de onderzoekers, omdat het goedje zo giftig is. “Men zou verwachten dat er zorg voor wordt gedragen dat dichloorethaan niet in de atmosfeer terechtkomt.”

Hoog
De onderzoekers tonen verder aan dat de genoemde stoffen niet alleen in de atmosfeer terecht komen, maar er ook lang genoeg stand kunnen houden om de stratosfeer te bereiken. “We ontdekten verhoogde concentraties van dezelfde chemische stoffen aan boven tropische gebieden, op een hoogte van zo’n 12 kilometer,” vertelt Oram. De gebieden zijn duizenden kilometers verwijderd van de plek waar de stoffen geproduceerd werden. “En bevinden zich in een regio waarvan bekend is dat lucht er naar de stratosfeer wordt verplaatst.”

Volgens de onderzoekers is het hoog tijd dat het Montreal Protocol wordt uitgebreid en ook deze opkomende ozonvernietigende stoffen aan banden worden gelegd. Anders kan het herstel van de ozonlaag wel eens aanzienlijk langer gaan duren dan gedacht.