panda

De kans dat twee panda’s een jong krijgen, is groter als ze elkaar leuk vinden. Dat blijkt uit nieuw onderzoek.

De reuzenpanda behoort tot de bedreigde diersoorten. Vandaar dat veel dierentuinen staan te springen om de reuzenpanda’s in hun bezit met elkaar te laten paren. Maar dat blijkt een heel lastige klus te zijn. En de geboorte van jonge panda’s is een zeldzaamheid. Een nieuw onderzoek kan daar mogelijk verandering in brengen.

Weinig romantiek
Reuzenpanda’s die paren in gevangenschap: daar komt op dit moment weinig romantiek bij kijken. Vaak worden eerst de genen van de mannetjes en de vrouwtjes die in aanmerking komen om te paren, bestudeerd. Zo moet worden uitgesloten dat zij aan elkaar verwant zijn. Vervolgens wordt op basis van dat onderzoek een mannetje aan een vrouwtje gekoppeld. Het is een vrij dure aanpak en levert lang niet altijd het gewenste resultaat – jonge panda’s – op.

Zelf kiezen
Nieuw onderzoek suggereert nu dat dierentuinen en conservatieprogramma’s de kans op succes vrij eenvoudig kunnen opkrikken. Ze moeten de panda daartoe zelf een partner laten kiezen.

Voorkeur

Hoe wisten de onderzoekers nu dat een panda een voorkeur had voor één van de potentiële partners? Er was sprake van een voorkeur als een panda meer dan zestig procent van het gedrag dat voorafgaat aan het paren (zoals het afzetten van zijn geur, het maken van bepaalde geluidjes) op één potentiële partner gericht was.

Experiment
Onderzoekers trekken die conclusie nadat ze het gedrag van veertig panda’s in China bestudeerden. De panda’s leefden in gevangenschap, maar mochten wel zelf een partner kiezen. De panda werd naar het midden van een verblijf geloodst en had daarvandaan zicht op twee mogelijke partners. De ene potentiële partner bevond zich aan de ene zijde van het verblijf. De andere potentiële partner zat aan de andere zijde van het verblijf. Vervolgens mocht de panda in het midden een partner kiezen.

Resultaat
Wanneer de panda in het midden – ongeacht of dat nu een mannetje of een vrouwtje was – een sterke voorkeur had voor één van de potentiële partners resulteerde dat vaker in een succesvolle paarpoging dan wanneer de panda geen voorkeur had. De kans op nageslacht werd nog groter als de gekozen panda ook een voorkeur had voor de panda die hem/haar gekozen had. Wanneer een panda mocht paren met een partner waar hij geen voorkeur voor had dan resulteerde dat in 0 procent van de gevallen in een succesvolle paarpoging. Wanneer twee panda’s een voorkeur voor elkaar hadden, steeg dat percentage naar tachtig procent (tien uit twaalf paarpogingen waren succesvol).

De onderzoekers pleiten er dan ook voor om in paarprogramma’s rekening te houden met de voorkeuren van panda’s. Het is een simpele en goedkope manier om de kans op voortplanting te vergroten.