En ook de Eerste Wereldoorlog zou door deze tijdelijke verstoring van het klimaat veel meer slachtoffers hebben gemaakt.

Nu we gebukt gaan onder een pandemie die al meer dan één miljoen mensenlevens heeft geëist, mag ook de beruchte pandemie die aan het begin van de twintigste eeuw acte de présence gaf zich in hernieuwde aandacht verheugen. Tijdens deze grieppandemie – veroorzaakt door het H1N1-virus – kwamen tussen 1917 en 1919 naar schatting tussen de 50 en 100 miljoen mensen om het leven. In Europa maakte het virus meer dan 2,6 miljoen dodelijke slachtoffers.

Het weer
In de afgelopen decennia is al veel onderzoek gedaan naar hoe deze ‘Spaanse griep’ zich over de wereld verspreiden kon. Maar daarbij hebben onderzoekers mogelijk een belangrijke factor over het hoofd gezien, zo stellen onderzoekers nu in het blad GeoHealth. In het blad onthullen de onderzoekers een klimaatanomalie die de verspreiding van het griepvirus mogelijk een extra duwtje in de rug heeft gegeven en ertoe leidde dat de Spaanse griep veel meer slachtoffers maakte. Dezelfde verstoring van het klimaat zou er bovendien ook tijdens de Eerste Wereldoorlog tot geleid hebben dat er veel meer mensen sneuvelden.


“De klimaatanomalie bestond uit een verzameling abnormaal sterke en terugkerende stormsystemen afkomstig van het noordelijke deel van de Atlantische Oceaan, die zich via het ‘IJslandse lagedruksysteem’ naar het noordwesten van Europa verplaatsten,” vertelt onderzoeker Christopher Loveluck aan Scientias.nl. Het resulteerde in uitzonderlijk veel regenval en uitzonderlijk lage temperaturen.

Oorlog
Dat de oorlogsjaren tussen 1914 en 1918 ook weertechnisch gezien bar en boos waren, is al veel langer bekend. Zo weten we uit de verhalen van soldaten die aan het westelijk front gelegerd waren, dat zij behalve de vijand ook heftige regenbuien en extreme kou moesten trotseren. “Het is algemeen erkend dat de ongelofelijk natte omstandigheden tijdens bepaalde gevechten van invloed waren op het aantal gewonden en dodelijke slachtoffers,” vertelt Loveluck. “En dat deze natte en onhygiënische omstandigheden in de loopgraven aan het westelijk front leidden tot ziekten en aandoeningen zoals ‘loopgravenvoeten’. Wij hebben in ons onderzoek nu een wetenschappelijke oorzaak voor deze heel natte en koude perioden gevonden die van invloed waren op verschillende grote gevechten, waaronder de Derde Slag om Ieper in 1917. Daarnaast onthullen we dat de koude en natte periode tussen de zomer van 1917 en de lente van 1918 – in combinatie met andere factoren – kan hebben geleid tot de optimale omstandigheden voor de tweede en veel dodelijkere golf van het Spaanse griepvirus.”

Vier golven
De Spaanse Griep-pandemie kwam in vier golven over Europa heen. De eerste ontstond in het voorjaar van 1918. Aangenomen wordt dat Aziatische soldaten – gerekruteerd door de Britten – het virus meebrachten naar Europa. In de herfst en winter van 1918/1919 sloeg het virus echter opnieuw en veel harder toe. Eerdere studies suggereerden dat de toepassing van chloorgas (een chemisch wapen) op de slagvelden de mutatie van het griepvirus faciliteerde. Het resultaat was een veel schadelijker virus dat met ingang van het najaar van 1918 hard in de loopgraven om zich heen sloeg en zich ook snel over de rest van de wereld begon te verspreiden.


Eenden
Maar dat is niet het hele verhaal, zo stellen Loveluck en collega’s nu. Zij hebben namelijk aanwijzingen gevonden dat ook de uitzonderlijke weersomstandigheden het virus hielpen. Zo zou het zich onder de natte en koude omstandigheden veel gemakkelijker hebben kunnen verspreiden. Maar dat is mogelijk niet de enige manier waarop de klimaatanomalie de verspreiding van de Spaanse Griep faciliteerde, zo schrijven de onderzoekers. De aanhoudende regen en lage temperaturen weerhielden wilde eenden – de voornaamste gastheren van griepvirussen zoals H1N1 – ervan om, zoals ze normaal doen, naar het noordoosten van Rusland te trekken. In plaats daarvan bleven ze in West-Europa – in de nabijheid van zowel burgers als soldaten – rondhangen en mogelijk droegen ze bijvoorbeeld via hun uitwerpselen die in door mensen gebruikte oppervlaktewateren achterbleven, eveneens een zeer virulente H1N1-stam over op mensen.

IJskern
De onderzoekers trekken hun conclusies op basis van een 72 meter lange ijskern afkomstig uit een gletsjer in de Alpen. Deze ijskern herbergt 2000 jaar aan klimaatgeschiedenis en getuigt dus ook van de klimaatomstandigheden tijdens de Eerste Wereldoorlog. Tussen 1915 en 1918 blijkt er sprake te zijn geweest van een klimaatanomalie die resulteerde in koud en nat weer, een beeld dat we dus herkennen uit de talloze oorlogsverhalen en -verslagen uit die tijd. Het idee dat er een direct verband is tussen die uitzonderlijke weersomstandigheden en de sterfte in Europa ontstond toen de onderzoekers de klimaatgegevens naast de sterftecijfers legden, zo vertelt onderzoeker Alexander More. “We ontdekten dat de sterfte in Europa tijdens de oorlog drie keer piekte en die pieken vinden allemaal plaats tijdens of kort na een periode van extreme kou en zware regenval, veroorzaakt door een extreem ongebruikelijke toestroom van oceaanlucht, in de winters van 1914-1915, 1915-1916 en 1917-1918.”

Zeldzame verstoring
Het is een verstoring geweest die statistisch gezien maar één keer in de 100 jaar optreedt. Tragisch genoeg is er geen ongelukkiger moment voor zo’n klimaatanomalie denkbaar dan de Eerste Wereldoorlog: een periode waarin miljoenen soldaten in de loopgraven actief waren en een met name voor jonge mensen gevaarlijk virus ontlook. “Ik denk dat je op basis van onze data kan stellen dat de klimaatanomalie – die resulteerde in nat en koud weer – samen met andere, beter bekende factoren – bijdroeg aan het hoge aantal sterftegevallen en gewonden tijdens bepaalde grote veldslagen en de incubatie en verspreiding van het ‘Spaanse Griep-virus’,” vertelt Loveluck aan Scientias.nl.

Hoewel de studie handelt over gebeurtenissen die meer dan 100 jaar geleden plaatsvonden, is deze ergens actueler dan ooit. Want opnieuw bevinden we ons in een pandemie. En mogelijk kan een beter begrip van de pandemie van 1918 ons ook helpen om deze pandemie te begrijpen en verklaren. Wat de pandemie van 1918 ons in ieder geval leert, is dat aan de opkomst en snelle verspreiding van het voor miljoenen mensen dodelijke virus een complexe mix van factoren ten grondslag lag. “Onze studie benadrukt nog maar eens dat het een combinatie van menselijke, milieu- en klimaatfactoren was die leidde tot de Spaanse Griep-pandemie en toekomstig onderzoek kan wel eens tot een vergelijkbare conclusie leiden als het gaat om de huidige pandemie,” denkt Loveluck.