Ook planten kunnen ziek worden. En daar mogen we ons best ietsje meer zorgen over maken.

We hebben het afgelopen jaar gezien dat een infectieziekte zich razendsnel over de wereld kan verspreiden. Maar niet alleen mensen hebben met epidemische ziekteverwekkers te maken. Planten kennen ze ook. En dat is minstens zo verontrustend, stelt onderzoeker David Schmale. “Wat zou er gebeuren als de wereld een basisgewas als tarwe zou kwijtraken ten gevolge van een pandemische plantenziekte?”

Ziekten
Het klinkt misschien als een sci-fi-scenario, maar dat is het niet. Plantenziekten zijn een reëel probleem en drijven boeren regelmatig tot wanhoop. Neem bijvoorbeeld Fusarium odoratissimum, de schimmel die een serieuze bedreiging vormt voor de bananenproductie en zich vrij snel van Azië naar Afrika, het Midden-Oosten en recent ook naar Zuid-Amerika verspreidde. Of tarwebladroest: een schimmel die tarwe, gerst en rogge aantast, waardoor oogsten soms wel 20 procent kleiner uitvallen. Of koffieroest, een schimmelziekte die in Centraal-Amerika de koffieoogsten recent nog halveerde en ervoor zorgde dat honderdduizenden mensen die op de koffieplantages werkten, op straat kwamen te staan. En dan is er ook nog Phytophthora infestans, de veroorzaker van de aardappelziekte. Deze ziekte is vooral bekend van de enorme uitbraak in Ierland, zo halverwege de negentiende eeuw. De aardappelziekte leidde tot een enorme voedselschaarste die naar schatting aan 1 miljoen mensen het leven kostte.

En zo zijn er nog veel meer gevreesde plantenziekten die regelmatig toeslaan en in mislukte of sterk gereduceerde oogsten resulteren. Om nog maar te zwijgen van de ons nog onbekende ziekteverwekkers die – hetzij na enkele mutaties – op grote schaal toeslaan. Er is veel aan gelegen om deze ziekten ervan te weerhouden om – in navolging van SARS-CoV-2 – de wereld te veroveren. Maar er wordt tot op heden te weinig gedaan om dat ook daadwerkelijk te voorkomen, zo stellen onderzoekers in een opiniestuk in het blad Proceedings of the National Academy of Sciences.

Wereldwijde surveillance
Voor een aantal ziektes – waaronder de hierboven genoemde tarwebladroest en aardappelziekte – is er een wereldwijd surveillanceprogramma. Maar talloze andere gevaarlijke plantenziekten worden op het moment niet of slechts lokaal gemonitord. En dat bemoeilijkt het tijdig detecteren van uitbraken en voorkomen van verdere verspreiding van plantenziekten. “Er zijn wel enkele surveillancenetwerken, maar ze moeten met elkaar verbonden worden en door intergouvernementele organisaties ondersteund worden, zodat het wereldwijde surveillancesystemen worden,” vindt onderzoeker Jean Ristaino.

Steeds vaker ziek
En haast is geboden. Want plantenziekten steken steeds vaker de kop op, zo stellen Ristaino en collega’s. Dat is onder meer te herleiden naar de wereldwijde handel in voedsel; ziekten liften daar op mee en kunnen zo andere gebieden of zelfs continenten bereiken.

Klimaatverandering
Gevreesd wordt dat klimaatverandering het probleem alleen maar verergert. Zo kunnen warmere lentes ervoor zorgen dat ziekteverwekkers nog eerder toeslaan en meer verwoesting aanrichten. Ondertussen zouden orkanen – die in een warmere wereld naar verwachting veel frequenter ontstaan – ziekteverwekkers (zoals schimmelsporen) naar andere gebieden kunnen transporteren. “Dat is ook hoe sojabonenroest van Zuid-Amerika naar Noord-Amerika is gekomen: via stormen,” aldus Ristaino.

Biosensoren
Om grote uitbraken in de toekomst te voorkomen, moeten we er een stapje bij doen, zo stellen de onderzoekers. En het begint allemaal met tijdige detectie en surveillance, zo vertelt Ristaino aan Scientias.nl. Biosensoren kunnen daarbij helpen. “Sensoren kunnen ziekteverwekkers vroeg detecteren – in sommige gevallen zelfs voor ze symptomen veroorzaken.” “Deze sensoren zouden ook onderdeel uit kunnen gaan maken van weerstations en geavanceerde meteorologische netwerken en ons zo in staat stellen om ziekteverwekkers die zich via de lucht verspreiden, te volgen,” voegt Schmale toe.

Modellen
Onderzoekers werken momenteel ook aan modellen waarmee het mogelijk moet zijn om te voorspellen welke ziekten de grootste risico’s vormen en hoe deze zich (kunnen) verspreiden. Op basis daarvan kunnen dan ook weer strategieën worden bedacht om de ziekten – mochten ze de kop op steken – in de kiem te smoren. Samen met het nog op te zetten wereldwijde surveillancenetwerk moet het zo mogelijk zijn om plantenziekten met epidemische ambities de pas af te snijden en de voedselvoorziening – die mede door de snelgroeiende wereldbevolking toch al sterk onder druk staat – veilig te stellen.

Wakker schudden
De onderzoekers hopen dat hun opiniestuk mensen wakker schudt. “Veel mensen zijn zich er niet van bewust dat planten ook ziek kunnen worden,” aldus Schmale. “Bewustwording is dan ook een belangrijke stap.” Maar het belangrijkste is dat boeren, overheden en wetenschappers uit verschillende disciplines (van biologen tot economen en van meteorologen tot genetici) de handen ineenslaan.

Als de coronapandemie ons iets geleerd heeft, dan is het wel dat de gezondheid van mensen en dieren nauw met elkaar verweven zijn. Maar als het aan Schmale en collega’s ligt, gaan we ons in het kader van onze eigen gezondheid ook meer bekommeren om planten en gewassen. Hun gezondheid hangt namelijk ook nauw samen met onze gezondheid én welvaart. Want plantenziekten tornen niet alleen aan de voedselzekerheid, maar ook aan het levensonderhoud van miljoenen boeren. “Een stabiele, voedzame voedselvoorraad is nodig om mensen uit de armoede te tillen en gezondheidsuitkomsten te verbeteren,” zo concluderen de onderzoekers. Genoeg redenen dus om in navolging van mensen en dieren ook planten tegen dreigende gezondheidsproblemen in bescherming te nemen.