De temperaturen lagen in de winter in Europa maar liefst 3,4 graden Celsius boven het gemiddelde.

De Copernicus dienst voor klimaatverandering (C3S) publiceert vandaag het jaarlijkse European State of the Climate 2020. Dit rapport biedt een uitgebreide analyse van de klimaatomstandigheden in het afgelopen kalenderjaar. En zoals te verwachten was zijn de bevindingen niet erg rooskleurig. Want wederom zijn er in 2020 warmterecords gebroken.

Europa
Pandemiejaar 2020 gaat niet alleen de boeken in als het jaar waarin het coronavirus regeerde. Want Europa heeft tevens het warmste jaar ooit achter de rug. De gemiddelde temperatuur viel zo’n 0,4 graden Celsius hoger uit dan in de voorgaande vijf warmste jaren, die allemaal in het afgelopen decennium plaatsvonden. Met name in de herfst en de winter was het in Europa warm, waarbij het laatste seizoen zelfs een nieuw warmterecord vestigde. Zo lagen de temperaturen in de winter in Europa maar liefst 3,4 graden Celsius hoger dan in de periode tussen 1981 en 2010. Noordoost-Europa kreeg het voornamelijk te verduren, met temperaturen die bijna 1,9 graden Celsius boven het vorige record uittorenden.

Recordbrekend hoge temperaturen in Europa. Afbeelding: C3S/ECMWF

In 2020 waren de hittegolven in heel Europa niet zo heftig en langdurig zoals in de afgelopen jaren wel het geval was. Toch wisten de temperaturen regionaal naar ongekende hoogtes te stijgen, wat vervolgens toch tot nieuwe warmterecords leidde. Zo werden er in Scandinavië in de maand juni recordbrekend hoge temperaturen aangetikt en West-Europa verbrak bestaande warmterecords in augustus.

Wereldwijd
Wereldwijd behoort 2020 tot één van de drie warmste jaren ooit. De gemiddelde temperatuur lag zo’n 1,2 graden Celsius hoger dan tijdens de periode tussen 1850 – 1900. De grootste bovengemiddelde jaartemperaturen deden zich voor in Noord-Siberië en aangrenzende delen van het noordpoolgebied, met temperaturen van zo’n 6 graden Celsius boven het gemiddelde. De Stille Oceaan kampte juist weer met temperaturen onder het gemiddelde. Dit valt toe te schrijven aan La Niña die in de tweede helft van het jaar opdook.

Ondertussen op de Noordpool
Ook voor de Noordpool was 2020 een uitzonderlijk jaar. Zo gaat 2020 de boeken in als het op een na warmste jaar ooit, met temperaturen die zo’n 2,2 graden Celsius hoger lagen dan in de periode tussen 1981 en 2010. Terwijl het in het begin van het jaar over grote delen van het noordpoolgebied nog kouder was dan gemiddeld, keerde het tij in de zomer en de herfst volledig. Beide seizoenen ervaarden de hoogste temperaturen ooit. Deze hoge Arctische temperaturen zijn voornamelijk te wijten aan een uitzonderlijk warm jaar in Arctisch Siberië. 2020 was daar namelijk verreweg het warmste jaar ooit, met temperaturen van 4,3 graden Celsius boven het gemiddelde. Behalve deze uitzonderlijk hoge temperaturen had het Siberische Noordpoolgebied ook te maken met droge omstandigheden en een erg heftig natuurbrandseizoen.

Uit deze nieuwste data blijkt dat de wereldwijde temperatuur onverstoord blijft stijgen. Hetzelfde geldt overigens voor de CO2-concentraties. Voorlopige schattingen geven aan dat de atmosferische CO2-concentratie gedurende het jaar met 0,6 procent is gestegen en de methaan-concentratie met bijna 0,8 procent. Het betekent dat de CO2-concentratie iets minder hard is gestegen dan in de afgelopen jaren, terwijl de methaan-concentratie juist sneller is gestegen. Deze veranderingen zijn het gevolg van een combinatie van verschillende effecten, zoals bijvoorbeeld de lagere door de mens uitgestoten emissies tijdens de lockdowns. Ondanks dat bereikten de atmosferische concentraties broeikasgassen in 2020 het hoogste wereldwijde jaargemiddelde sinds de metingen in 2003 begonnen. En dus is er nog steeds een consistente opwaartse trend te zien.

Het rapport verkondigt dus verre van goed nieuws. Maar dat maakt het volgens de onderzoekers niet minder belangrijk. In tegendeel. “Het rapport illustreert hoe de gegevens die we verzamelen en verwerken omgezet kunnen worden in begrijpelijke informatie,” zegt onderzoeksleider Freja Vamborg. “Dit kan bijdragen aan betere besluitvorming.” De onderzoekers hopen dan ook dat de resultaten aanzetten tot actie. “Het is belangrijker dan ooit dat we de beschikbare informatie gebruiken om te handelen en klimaatverandering aanpakken,” zegt directeur van Copernicus dienst voor klimaatverandering Carlo Buontempo. “Hopelijk versnelt het onze inspanningen om toekomstige risico’s te beperken.”