Wetenschappers hebben lang gespeculeerd over de vraag waarom organismen seks hebben. Ze hebben het antwoord nu eindelijk gevonden én bewezen dat het klopt.

Toen het leven ontstond, hadden organismen helemaal geen seks: ze plantten zich aseksueel voort door zich simpelweg te delen. En dat was gemakkelijk: de organismen hoefden geen tijd te besteden aan het vinden van een partner en konden daardoor twee keer zoveel nageslacht op de wereld zetten. Maar waarom stapten de organismen op een gegeven moment toch over op seks?

Kwetsbaar
In theorie waren de wetenschappers er allang uit. Soorten die zich aseksueel voortplanten zijn namelijk heel kwetsbaar. Ze delen zichzelf en creëren zo voortdurend klonen. Elk organisme heeft dus hetzelfde DNA. Als een parasiet weet hoe hij één organisme moet binnendringen dan kan hij elk organisme binnendringen. Gevolg: de hele soort gaat ten onder.

WIST U DAT…

Slak
Wetenschappers hebben nu eindelijk aangetoond dat die theorie klopt. Ze deden dat door tien jaar lang een Nieuw-Zeelandse slak te bestuderen: de Potamopyrgus antipodarum. Deze slak kent twee varianten: een seksuele en een aseksuele variant. De onderzoekers bestudeerden beide varianten, telden hun aantallen en keken hoeveel parasieten de dieren onder de leden hadden.

Stabiel
In het begin waren er veel meer gekloonde slakken: zij plantten zich veel sneller voort. Maar naarmate de tijd vorderde, bleken ze toch in het nadeel te zijn. Zodra een parasiet de groep enterde, viel het aantal gekloonde slakken sterk terug. Sommige groepen verdwenen zelfs helemaal. De slakken die zich middels seks voortplantten deden het beter: hun aantal bleef stabiel.

En daarmee is bewezen dat de theorie klopt. “Deze resultaten wijzen erop dat seksuele voortplanting evolutionair gezien voordelig is in omgevingen met veel parasieten,” concludeert onderzoeker Jukka Jokela.

Bovenstaande foto laat het huisje van de slak Potamopyrgus antipodarum zien. Foto: Mikhail O. Son (via Wikimedia Commons).