Parasitaire insecten kunnen snoepen wat ze willen, want ze komen nooit aan. Dit concluderen onderzoekers van de Vrije Universiteit. Parasitaire wespen, vliegen en kevers kunnen geen suikers omzetten in vetten en slaan dus geen extra vetvoorraden op, ook niet als ze veel te eten krijgen.

Parasitaire insecten leggen hun ei in of op andere insecten, waarna de parasitaire larve zijn gastheer langzaam levend opeet. Tijdens hun ontwikkeling vermeerderen de larven de voedingswaarde van hun gastheer, onder andere door zijn hoeveelheid vetten te verhogen.

De evolutietheorie voorspelt dat door zo’n vetrijk dieet de eigen vetproductie verloren gaat, omdat het namelijk overbodig is en kostbaarder dan directe consumptie van gastheervetten. De VU-onderzoekers zochten uit of dit inderdaad het geval is. Ze verzamelden gegevens over het vermogen tot vetaanmaak bij meer dan negentig verschillende parasitaire en vrijlevende insectensoorten en lieten zien dat telkens wanneer de parasitaire levenswijze in de evolutie ontstaat, een verlies van vetaanmaak evolueert. Zo’n sterke samenhang wijst, aldus de onderzoekers, op een aanzienlijk selectief voordeel om de aanmaak van overmatige vetvoorraden te vermijden.

De resultaten van het onderzoek zijn uitzonderlijk, omdat vrijwel alle organismen – inclusief de mens – extra calorieën in vet opslaan als energievoorraad voor slechtere tijden. Welke veranderingen in de stofwisseling parasitaire insecten in staat stelt deze universele regel te breken, wordt momenteel onderzocht. De westerse mens in de huidige obesitas crisis mag hopen, dat de uitkomst daarvan de zoete droom verwerkelijkt.