vulkaan

De afgelopen vijftien jaar lijkt de opwarming van de aarde wel gepauzeerd: onze planeet warmt minder snel op dan daarvoor. En nieuw onderzoek toont nu aan dat vulkaanuitbarstingen daar deels de oorzaak van zijn.

Al decennialang stijgen de oppervlaktetemperaturen wereldwijd gestaag. Het jaar 1998 ging de boeken in als het warmste jaar (sinds de metingen begonnen). In de jaren die volgden, zagen we de trend veranderen. De sterke stijging van de oppervlaktetemperatuur vlakte af. De ‘klimaat-hiatus’ was natuurlijk koren op de molen van klimaatsceptici, ook al zien we in de geschiedenis van het klimaat regelmatig perioden waarin de opwarming van de aarde vertraagde of versnelde.

Vulkaanuitbarstingen
Dat de opwarming niet altijd even gestaag verloopt, is dan ook duidelijk. Maar de grote vraag was: hoe komt dat? Wat zorgt ervoor dat de opwarming van de aarde de afgelopen vijftien jaar aanzienlijk trager verloopt dan daarvoor? Onderzoekers hadden daar wel ideeën over. Zo vermoedden ze dat een aantal vulkaanuitbarstingen aan het begin van de 21e eeuw een rol speelden. Tijdens een uitbarsting stoten vulkanen zwaveldioxide uit. Wanneer dit gas zich bindt aan zuurstof in het hogere deel van de atmosfeer, ontstaan druppels zwavelzuur. Die druppels reflecteren het zonlicht, waardoor minder zonlicht het aardoppervlak bereikt en de oppervlaktetemperatuur lager uitvalt.

Eerder onderzoek
Een nieuw onderzoek stelt nu dat vulkaanuitbarstingen inderdaad zichtbaar bijdragen aan de pauze in de opwarming van de aarde. Het onderzoek borduurt voort op een studie die in november verscheen. Tijdens deze studie suggereerden onderzoekers op basis van onder meer metingen op de grond en satellietmetingen dat een aantal kleine vulkaanuitbarstingen aan het begin van de 21e eeuw ervoor gezorgd had dat aanzienlijk meer zonlicht werd gereflecteerd dan gedacht.

“Eerder dachten onderzoekers dat alleen zeer grote vulkaanuitbarstingen invloed konden uitoefenen op het klimaat wereldwijd”

Verrassend
Het onderzoek was best verrassend. Eerder dachten onderzoekers dat alleen zeer grote vulkaanuitbarstingen invloed konden uitoefenen op het klimaat wereldwijd. Ze baseerden die aanname op klimaatmodellen. Maar die klimaatmodellen misten informatie, zo stelden de onderzoekers in november. De onderzoekers wezen erop dat de klimaatmodellen een inschatting maken van de mate waarin een vulkaanuitbarsting zonlicht kan reflecteren. Die inschatting is gebaseerd op satellietbeelden. Maar de informatie die satellietbeelden over vulkaanuitbarstingen geven, beperkt zich vaak tot de situatie vanaf zo’n vijftien kilometer boven het oppervlak. Daaronder ontnemen wolken het zicht. Het betekent dat we de mate waarin vulkaanuitbarstingen het zonlicht reflecteren, onderschat hebben. Om een beter beeld te krijgen van het reflecterend vermogen van een vulkaanuitbarsting combineerden onderzoekers waarnemingen van satellieten met waarnemingen vanaf de grond en vanuit de lucht. Vervolgens gebruikten ze die gegevens in een simpel klimaatmodel. Het model suggereerde dat vulkanen sinds 2000 gezorgd hebben voor een afkoeling van 0,05 tot 0,12 graden Celsius,

In een nieuw onderzoek gaan wetenschappers nu nog een stap verder. Ze tonen aan dat de signalen van de vulkaanuitbarstingen die aan het eind van de 20e en begin van de 21e eeuw plaatsvonden ook echt zichtbaar zijn in onder meer de temperatuur en vochtigheid van de atmosfeer. Ook de mate waarin straling van de zon bovenin de atmosfeer gereflecteerd wordt, is terug te leiden tot de vulkaanuitbarstingen. Om die signalen te detecteren, moesten de onderzoekers ‘klimaatruis’ verwijderen. Het gaat dan om ‘ruis’ veroorzaakt door El Niño en El Niña. Zodra die ‘ruis’ uit de gegevens van de afgelopen jaren verwijderd was, zagen de onderzoekers de invloed van vulkanen duidelijker worden. “Het feit dat deze signalen van vulkanen terugkomen in meerdere, onafhankelijk van elkaar gemeten klimaatvariabelen onderschrijft het idee dat vulkaanuitbarstingen zelfs wanneer ze niet zo groot zijn het klimaat beïnvloeden,” stelt onderzoeker Mark Zelinka. “Als we de recente veranderingen in het klimaat accuraat willen simuleren, mogen we de mogelijkheid dat kleinere uitbarstingen zonlicht van de aarde weren niet negeren.”