De grote knaagdieren veranderen het ijzige landschap enorm. En dat kan ernstige gevolgen hebben voor de bevroren grond en ons toekomstige klimaat.

Klimaatverandering kent winnaars en verliezers. Alaskaanse bevers zijn waarschijnlijk winnaars: in slechts een paar jaar tijd hebben ze zich niet alleen verspreid naar veel toendragebieden waar ze nog nooit eerder zijn gezien, ze bouwen ook meer en meer dammen. Dit heeft echter ook een keerzijde. Want hierdoor veranderen ze het al kwetsbare landschap volledig, met alle gevolgen voor ons klimaat van dien.

Bevers
Door klimaatverandering zijn veel meer gebieden leefbaar geworden voor de Alaskaanse bever, waardoor ze zich in rap tempo over veel Arctische gebieden hebben uitgewaaierd. “Bevers hebben struiken en bomen nodig voor voedsel en bouwmateriaal,” legt onderzoeker Ingmar Nitze aan Scientias.nl uit. “En door de snelle opwarming van de aarde groeien er in (zuidelijke) toendragebieden veel meer struiken dan eerst. Dit maakt de leefomstandigheden voor bevers een stuk gunstiger.” Bovendien blijkt dat de meren die vroeger dichtvroren, nu ‘bevervriendelijk’ zijn geworden dankzij dunner seizoensgebonden ijsbedekking. “Daarnaast hebben bevers in de ‘grensgebieden’ weinig natuurlijke vijanden,” gaat Nitze verder. Dit maakt het noordpoolgebied een prima plek voor bevers om te gedijen. “We hadden echter nooit gedacht dat ze die kans zo snel zouden aangrijpen.”


Dammen bouwen
Bevers hebben dus veel toendragebieden tot hun nieuwe leefgebied benoemd. En dat is te merken. Als het gaat om het volledig ombouwen van een landschap, zijn bevers onverslaanbaar. Er zijn maar weinig andere dieren in staat om een leefgebied zo drastisch te veranderen als deze bruinharige knaagdieren die wel dertig kilo kunnen wegen. Gewapend met scherpe tanden bouwen ze van struiken en bomen dammen, waardoor er kleine poeltjes ontstaan die uitgroeien tot nieuwe meren die soms wel een paar hectare omvatten. “Hun methode is buitengewoon effectief,” zegt Nitze.

Door een bever afgeknaagd stuk hout. Afbeelding: Alfred-Wegener-Institut, Guido Grosse

Met behulp van satellietbeelden volgen onderzoekers de transformatie van veel landschappen op de voet. En dat leverde al onthutsende bevindingen op. Twee jaar geleden kwamen de onderzoekers er bijvoorbeeld achter dat bevers, woonachtig in een gebied in Noordwest-Alaska van zo’n 18.000 vierkante kilometer groot, in slechts vijf jaar tijd 56 nieuwe meren hadden gecreëerd. In de huidige studie besloot het team deze trend nader te bestuderen. Met behulp van gedetailleerde satellietgegevens en uitgebreide tijdreeksen volgden de onderzoekers het doen en laten van de bevers in twee andere Alaskaanse regio’s. En dat leidde tot nog verrassendere ontdekkingen.

Nog meer dammen
De satellietbeelden onthullen hoe een ongeveer 100 vierkante kilometer groot gebied nabij de Alaskaanse stad Kotzebue drastisch is veranderd. Over de loop van zeventien jaar groeide het wateroppervlak in de regio met 8,3 procent en ongeveer tweederde van die groei is te danken aan bevers. Hoe? In 2002 bevonden zich er in dit gebied slechts twee dammen. Maar in 2019 was dit aantal gestegen naar een ongekende 98 dammen; een toename van maar liefst 5.000 procent! Het betekent dat er per jaar zo’n vijf nieuwe dammen bij zijn gekomen. De bevers lijken er dus maar druk mee. “Het landschap is heel gunstig voor het bouwen van dammen en het creëren van nieuwe meren,” legt Nitze uit. “Ze blijven dus maar door bouwen omdat ze kunnen.”


Permafrost
Het is slecht nieuws voor permafrost; een normaliter permanent bevroren laag aarde. Bevers lijken namelijk dammen te bouwen op precies die punten waar ze met minimale inspanning de grootste effecten bereiken. Het betekent dat bevers opzettelijk hun werk doen in die delen van het landschap die het gemakkelijkst overstromen. De bever blokkeert hiervoor kleine stroompjes, waardoor bestaande meren verder uitdijen en de bevers hun leefgebied vergroten. Maar wel ten koste van kwetsbaar permafrost. Het water is namelijk warmer dan de omringende grond. En dus kunnen deze meren en vijvers de dooi van permafrost versnellen.

Smelt
Het wegsmelten van permafrost is een verontrustend proces. Wanneer permafrost ontdooit, komt er namelijk methaan en koolstofdioxide vrij, waardoor deze broeikasgassen naar de atmosfeer worden getransporteerd en zo een bijdrage leveren aan de opwarming van de aarde. “Tevens kan de grond instabiel worden, wat met name problematisch kan zijn voor lokale gemeenschappen,” legt Nitze desgevraagd uit. Gebouwen die op permafrost gebouwd zijn kunnen bijvoorbeeld letterlijk gaan wankelen. “Er zijn nog veel meer effecten die per regio verschillen en het leven van mensen in gevaar kunnen brengen.” Het is dus belangrijk dat we deze effecten goed begrijpen. “Het is bekend dat meren enige invloed hebben op het verdwijnen van permafrost,” gaat Nitze verder. “Maar het meest verrassende van onze studie is de bijdrage van bevers aan dit proces. Op sommige plaatsen zijn er bovendien al tekenen van de afbraak van permafrost te zien. Maar dit zijn min of meer lokale waarnemingen. We weten tot op heden nog niet wat de werkelijke impact is.”

Permafrost zou in theorie na een paar jaar terug gegroeid kunnen zijn wanneer beverdammen doorbreken. Maar of de omstandigheden te zijner tijd nog koud genoeg zullen zijn, is een gok. IJskappen overal ter wereld vallen namelijk ten prooi aan hogere temperaturen, waardoor de hoeveelheid ijs steeds verder afneemt. De gevolgen zijn vooral in het Noordpoolgebied duidelijk te zien; een regio die twee keer sneller opwarmt dan de rest van de aarde. En dat terwijl ongeveer een kwart van het noordelijk halfrond bestaat uit permafrost. Het is dus belangrijk dat we zo vroeg mogelijk handelen om te voorkomen dat permafrost verder dooit. Niet op de laatste plaats omdat naar schattig permafrost wereldwijd meer koolstof bevat dan momenteel in de atmosfeer te vinden is. Daarom is het erg belangrijk dat niet alle permafrost op aarde wegkwijnt.

Wat te doen?
De grote vraag is dus wat we moeten doen om te voorkomen dat nog meer permafrost verdwijnt. “De opwarming van de aarde en verandering van klimaatpatronen zijn de belangrijkste oorzaken,” stelt Nitze. “We zullen dus in de eerste plaats onze uitstoot drastisch moeten verminderen.”En de ijverige bevers? “De verspreiding van bevers is min of meer een symptoom van klimaatverandering,” zegt Nitze. “We moeten deze dieren dus gewoon laten, mede omdat ze ook een positieve impact hebben op de biodiversiteit.”

De onderzoekers vermoeden dat er ook in andere delen van het noordpoolgebied zich soortgelijke gebeurtenissen voordoen. Daarom is het team van plan hun ‘beverjacht’ over een groter gebied uit te breiden. “We denken dat de toename van bevers in Canada nog extremer is,” voorspelt Nitze. En elk extra gevormd meer heeft invloed op de dooi van het permafrost eronder. Voor Nitze genoeg reden om de viervoetige bulldozers in de gaten te houden. “Iedereen die zich ontfermt over de toekomst van permafrost zou de bever in het achterhoofd moeten houden,” besluit hij.