Offeren is van alle eeuwen, maar in de tiende eeuw gaven de Muchik het begrip een nieuwe dimensie door ook kinderen te slachten en te offeren. Onderzoekers denken nu te weten waarom het volk die gruwelijke stap zette: de Muchik waren een etnische minderheid en wilden hun culturele identiteit temidden van al die grotere en machtige volken verstevigen door iets unieks te doen.

De onderzoekers verzamelden 81 skeletten van geofferde kinderen en bestudeerden deze. Zo’n zeventig procent van de kinderen behoorden tot het Muchik-volk. De meeste kinderen waren tussen de twee en vijftien jaar oud en leefden van een dieet dat voornamelijk bestond uit maïs en kalebassen.

Hallucinatie
Elk slachtoffer was herhaaldelijk met een metalen mes in de nek of borst gestoken. Het gat dat daarop ontstond, bleef open. Waarschijnlijk om meer bloed uit de lichamen te laten lopen of om het hart en longen te verwijderen. Nabij de kinderen vonden de archeologen restanten van de zaden van de Nectandra. Deze plantensoort verslapte de spieren en zorgde voor hallucinaties. Mogelijk kregen de kinderen de zaden toegediend voor het offerritueel begon.

Begrafenis
Nadat alles achter de rug was, kregen de lichamen een maand of langer de tijd om te ontbinden. Daarna werden de kinderen begraven. De begrafenis ging gepaard met een rituele maaltijd en een feest.

WIST U DAT…

Proberen
De voorouders van de Muchik – de Moche – offerden ook mensen, maar dan volwassenen. De onderzoekers hebben er lang over nagedacht wat de Muchik ertoe bracht om over te stappen op kinderen. Ze vermoeden dat het weer de drijvende factor was. De Moche probeerden met de offers de weergoden gunstig te stemmen. Toen dat niet lukte, moeten de Muchik gedacht hebben: laten we kinderen eens proberen.

Vaststaat dat de Muchik zich met het hele ritueel duidelijk onderscheidt van andere volken die in deze tijd leefden. Het laat volgens onderzoeker Haagen Klaus dan ook zien hoe “rituelen en prestaties een groepsidentiteit creëren”.

De afbeelding laat een offerritueel van de Azteken zien.