yersinia

De pest was in de Bronstijd wel ietsje anders. De pest werd niet verspreid door vlooien en veroorzaakte geen builen.

Wetenschappers bestudeerden het genoom van 101 volwassenen die in de Bronstijd leefden. In het DNA van zeven van deze mensen troffen ze de pestbacterie Yersinia pestis aan. Het oudste DNA waarin de pestbacterie werd aangetroffen behoorde toe aan een volwassene die 5783 jaar geleden leefde. Het betekent dat de bacterie al aan het begin van de Bronstijd onder mensen voorkwam.

Twintig miljoen jaar oude vlo
Recent ontdekten onderzoekers een 20 miljoen jaar oude vlo die een bacterie bij zich draagt die mogelijk verwant is aan de pestbacterie. Als er inderdaad sprake is van verwantschap dan moet deze bacterie het op knaagdieren hebben voorzien.

Verschillen
De onderzoekers vergeleken het DNA van de pestbacterie uit de Bronstijd met het DNA van de pestbacterie zoals we die vandaag de dag kennen. En er bleken enkele belangrijke verschillen te zijn. Zo bleek de pestbacterie uit de Bronstijd in zes van de zeven gevallen twee belangrijke genetische componenten te missen: het gen ymt en een mutatie in het gen pla. Het ymt-gen beschermt de bacterie tegen giftige stoffen in de maag van vlooien (de beestjes die de moderne pestbacterie verspreiden). Doordat de bacterie afrekent met de giftige stoffen in de maag van de vlo, kan deze zich vermenigvuldigen en raakt het spijsverteringskanaal van de vlo als het ware verstopt. Hierdoor hongert de vlo uit, waarop deze zich – gedreven door zijn hongergevoel – vastbijt in alles wat hij tegenkomt. En zo wordt de pestbacterie verspreid. De mutatie in het pla-gen stelt de bacterie in staat om zich over verschillende weefsels te verspreiden. Zo kan een longinfectie veroorzaakt door longpest ook leiden tot een infectie van bijvoorbeeld de lymfeklieren, waardoor de kenmerkende builen ontstaan.

Geen builen
Op basis van deze verschillen stellen de onderzoekers dat de pest in de Bronstijd nog niet door vlooien werd verspreid. En dat de pest in de Bronstijd geen builenpest was. In plaats daarvan moet het om longpest zijn gegaan. Deze vorm van de pest tast het ademhalingssysteem aan en leidt tot enorme hoestbuien. De pest verspreidde zich via de lucht rondom geïnfecteerde patiënten die volzat met de pestbacterie. Waarschijnlijk ontstond de builenpest pas aan het eind van het tweede of begin van het eerste millennium voor Christus.

Dat de pest aan het begin van de Bronstijd al mensenlevens eiste, kan ons een beter beeld geven van de evolutie van de pestbacterie, maar ook van de Bronstijd zelf. Wellicht is de pest verantwoordelijk geweest voor de sterke populatiekrimp die aan het einde van de vierde en begin van het derde millennium voor Christus plaats zou hebben gevonden. “De Bronstijd was een periode waarin enorm veel metalen wapens werden geproduceerd en er waarschijnlijk meer oorlog werd gevoerd,” vertelt onderzoeker Marta Mirazón-Lahr. Dat zorgde ervoor dat grote groepen mensen in die tijd op de been waren. “Als zij de longpest met zich meebrachten dan moet dat een vernietigend effect hebben gehad op de kleine groepen mensen die zij tegenkwamen.”