peuter

Ouders doen er alles aan om hun jonge kinderen te beschermen tegen verdriet. Daarom zetten ze als ze iets verdrietigs meemaken vaak toch een blij gezicht op. Dat is echter zinloos, zo suggereert nieuw onderzoek. Een kind van achttien maanden weet al wanneer u doet alsof.

Dat blijkt uit een onderzoek dat verschenen is in het blad ‘Infancy: The Official Journal of the International Society on Infant Studies‘. In het onderzoek tonen wetenschappers aan dat kinderen van anderhalf jaar oud het feilloos in de gaten hebben als de gevoelens die u uit niet bij de situaties passen.

Experiment
De onderzoekers trekken hun conclusie op basis van experimenten. Ze verzamelden 92 kinderen die tussen de vijftien en achttien maanden oud waren. De kinderen kregen een toneelspel te zien waarin een acteur verschillende scenario’s naspeelde. In die scenario’s gebeurden dingen waarbij bepaalde emoties hoorden. Soms liet de actrice bij situaties de verwachte emoties zien (bijvoorbeeld verdriet nadat zij zich pijn had gedaan), maar soms ook niet (bijvoorbeeld verdriet nadat zij een cadeautje had gekregen). De kinderen van vijftien maanden oud keken er niet raar van op als emoties niet bij situaties pasten. Maar de kinderen van achttien maanden wel. Ze keken langer naar de actrice en keken ook vaker naar hun verzorger om te kijken wat die ervan vond. Ook kon de actrice op meer medeleven rekenen als haar verdriet terecht was.

Foppen lukt niet
“Ons onderzoek toont aan dat je baby’s niet voor de gek kunt houden en niet kunt laten geloven dat iets wat pijn veroorzaakt, resulteert in plezier,” vertelt onderzoeker Diane Poulin Dubois. “Volwassenen proberen kinderen vaak te beschermen tegen verdriet door een blij gezicht op te zetten als ze een negatieve ervaring hebben gehad. Maar baby’s weten de waarheid: al vanaf achttien maanden weten ze welke emoties bij welke gebeurtenis horen.”

De onderzoekers zetten hun studie voort. Zo willen ze nu graag gaan achterhalen of kinderen die te maken krijgen met een persoon die veelvuldig doet alsof minder sterk geneigd zijn om die persoon wanneer hij echt in de moeilijkheden zit te helpen of te troosten.