peuter

Wetenschappers hebben ontdekt dat het aantal woordjes dat een peuter per dag kan leren een limiet heeft. Ook hebben ze ontdekt dat de manier waarop kinderen woordjes leren, verandert naarmate ze ouder worden.

De onderzoekers verzamelden een aantal kinderen die tussen de 18 en 36 maanden oud waren. Vervolgens leerden ze de kinderen met behulp van drie soorten aanwijzingen zes nieuwe woordjes. De kinderen zagen bijvoorbeeld op een tafel twee voorwerpen liggen. Eén voorwerp kenden ze bij naam. Het andere voorwerp niet. Vervolgens kregen ze een woordje te horen dat ze niet kenden. Meestal bedachten de kinderen wel dat dit onbekende woordje bij het onbekende voorwerp moest horen. En hoe ouder de kinderen waren, hoe vaker ze dat deden.

Context
Een andere methode die de onderzoekers gebruikten om de kinderen een nieuw woordje te leren, was context. “Naarmate peuters ouder werden bleken ze beter in staat te zijn om de betekenis van een woord af te leiden uit de context, zo konden ze bijvoorbeeld achterhalen dat een ‘kiwi’ wel voedsel moest zijn wanneer ze het zinnetje ‘Sammy eet een kiwi’ hoorden,” vertelt onderzoeker Judith Goodman.

Sociale aanwijzing
De derde manier waarop de onderzoekers kinderen nieuwe woordjes aanleerden, maakte gebruik van sociale aanwijzingen. Hierbij lagen bijvoorbeeld meerdere objecten op tafel. De kinderen kregen een voor hen onbekend woord te horen en moesten aangeven welk object dat woord aanduidde. De onderzoeker gaf vervolgens een sociale aanwijzing: hij keek – zonder iets te zeggen – naar het juiste object. Deze aanwijzingen bleken juist minder doeltreffend te zijn naarmate de kinderen ouder werden. “Kinderen die 36 maanden oud waren, waren minder sterk geneigd dan jongere kinderen om aan te nemen dat het object waar de onderzoeker naar keek ook het object was dat bij het onbekende woord hoorde.”

Limiet
De dag nadat de kinderen de zes nieuwe woordjes hadden geleerd, testten de onderzoekers in hoeverre de kinderen de woordjes nog kenden. De kinderen bleken de drie woordjes die ze de dag ervoor als eerste geleerd hadden aanzienlijk beter onthouden te hebben. Blijkbaar zit er dus een limiet op het aantal woordjes dat een kind van deze leeftijd kan leren. Het onderzoek toont ook aan dat de manier waarop kinderen woordjes leren verandert naarmate ze ouder worden. “De aanwijzingen die peuters gebruiken om nieuwe woordjes te leren, veranderen.”

Volgens de onderzoekers is hun studie vooral interessant voor ouders van jonge kinderen en mensen die zich bezighouden met taalachterstand bij jonge kinderen. Het onderzoek suggereert dat de leeftijd van een kind grote invloed heeft op de wijze waarop het kind woordjes leert. Door op de juiste leeftijd de juiste methode aan te bieden, kan er wellicht grotere vooruitgang worden geboekt. Bovendien onderschrijft het onderzoek nog maar eens hoe belangrijk het is dat peuters dagelijks met woordjes en aanwijzingen over hun betekenis geconfronteerd worden. “Wanneer je werkt met jonge kinderen die een taal moeten leren, is het belangrijk dat je de hele tijd met ze praat en alles in hun omgeving van een ‘label’ voorziet. Thuis kunnen ouders objecten of voedsel dat kinderen eten benoemen en als je een dagje uit gaat – bijvoorbeeld naar de dierentuin – kunnen ouders de dieren die ze zien labelen.”