De sterren bevinden zich op nog geen drie lichtjaar afstand van de meest extreme plek in de Melkweg: Sagittarius A*.

In het hart van ons sterrenstelsel bevindt zich een supermassief zwart gat: Sagittarius A*. In de directe omgeving van dit zwarte gat is het allesbehalve aangenaam vertoeven. Het gebied baadt in intens ultraviolet licht en röntgenstraling. En de draaiing van het zwarte gat veroorzaakt heftige getijdenkrachten. Die getijdenkrachten zijn energiek genoeg om stof- en gaswolken uiteen te rukken nog voordat hieruit sterren ontstaan. Niemand had dan ook verwacht dat dit gebied geschikt was als stellaire kraamkamer.

Jonge sterren
Maar het Atacama Large Millimeter/submillimeter Array (kortweg ALMA) onthult nu dat nabij een zwart gat weldegelijk jonge sterren kunnen ontstaan. Het observatorium heeft namelijk maar liefst elf protosterren (zie kader) ontdekt die nog geen drie lichtjaar van Sagittarius A* verwijderd zijn. Blijkbaar kunnen jonge sterren dus zelfs in zo’n extreme omgeving als het gebied nabij een zwart gat ontstaan. “Dit is echt een verrassend resultaat en het laat zien hoe robuust stervorming – zelfs op de meest onwaarschijnlijke plekken – kan zijn,” aldus onderzoeker Farhad Yusef-Zadeh.

Sterren ontstaan uit interstellaire nevels die bestaan uit stof-en gas. In dergelijke nevels kan materie samenklonteren en onder het eigen gewicht ineenstorten. Zo’n inkrimpende gaswolk wordt een protoster genoemd.

6000 jaar oud
De protosterren die ALMA heeft ontdekt, zouden zo’n 6000 jaar oud zijn. “Dit is belangrijk, omdat het de meest prille fase van de stervorming is die we ooit in zo’n vijandig gebied hebben waargenomen,” aldus Yusef-Zadeh. Verder blijken de sterren – net als onze zon – een relatief kleine massa te hebben.

Vervolgonderzoek zal uit moeten wijzen hoe deze sterren precies ontstaan. En of er rond de sterren een gas- en stofschijf te vinden is. “Als dat zo is, is het waarschijnlijk dat uit dit materiaal uiteindelijk planeten geboren worden,” stelt onderzoeker Mark Wardle.