hoax

Het werd in het begin van de twintigste eeuw aangehaald als één van de belangrijkste wetenschappelijke ontdekkingen van de laatste tijd. Maar in werkelijkheid was het één grote hoax en één van de meest dramatische fraudezaken uit de geschiedenis van de wetenschap: Piltdown Man.

De laatste tijd worden we regelmatig opgeschrikt door fraudezaken. Wetenschappers die uitkomsten van onderzoeken manipuleren of ‘masseren’ zodat deze de hypothese lijken te onderschrijven. Hoewel schokkend, gaat het vaak om minuscule aanpassingen, wat gerommel met cijfers of losjes op het bewijsmateriaal gebaseerde conclusies. Dat het veel erger kan, blijkt wel uit de bekendste hoax uit de geschiedenis van de wetenschap: de Piltdown Man. Er werd niet een beetje gesjoemeld of gemasseerd. Nee, botten van een mens en aap (waarschijnlijk een orang-oetan) werden op één hoop geveegd, waar nodig bewerkt en verouderd en gepresenteerd als een onbekende mensachtige. Pas veertig jaar nadat de onderzoekers deze nieuwe mensachtige met aardig wat bombarie presenteerden, werd de hoax doorzien.

Fossiele resten
Het verhaal van de Piltdown Man begint officieel ergens in 1908. Dan krijgt Charles Dawson – een man die in zijn vrije tijd graag naar fossielen zoekt – een stukje schedel in handen. Het stukje schedel zou in grind langs de kant van de weg richting Barkham Manor, Piltdown (in Groot-Brittannië) zijn teruggevonden. Later ontdekt Dawson (op het schilderij bovenaan dit artikel, staand, tweede van rechts) nog meer stukjes van een schedel. Genoeg reden voor hem om eens contact op te nemen met dr. Arthur Smith Woodward (op het schilderij bovenaan dit artikel, staand, helemaal rechts), werkzaam bij het British Museum. Dawson laat hem de stukjes schedel zien en die wekken de interesse van Woodward. Samen met Dawson zet hij de zoektocht naar meer fossiele resten voort. In 1912 begint dat onderzoek werkelijk vruchten af te werpen, wanneer Woodward en Dawson niet alleen nog een stukje van de schedel, maar ook een kaakbeen vinden. De kaak lijkt op zichzelf niet zo sterk op die van een mens, maar de tanden in de kaak wel: die zijn afgesleten zoals ook de tanden van een mens door het nuttigen van voedsel kunnen afslijten.

Gereedschappen

Bij de fossiele resten van E. dawsoni werden ook gereedschappen en tanden van dieren teruggevonden. Woodward gebruikte deze gereedschappen en tanden om de resten van E. dawsoni te dateren en een beter beeld te krijgen van het dieet en de vaardigheden van de mensachtige.

Tand
Maar daarmee zijn nog niet alle puzzelstukjes van deze hoax compleet. In 1913 wordt een tand teruggevonden. Deze tand zit qua lengte precies tussen die van een mens en aap in en wordt beschouwd als het bewijs dat de verzameling fossiele resten een missend puzzelstukje in de evolutie van de mens vormen. De fossiele resten – die inmiddels aangeduid worden met de benaming ‘Piltdown Man’ – moeten wel toebehoren aan een nieuwe mensachtige. Woodward besluit de mensachtige te vernoemen naar de man die eigenlijk alle eer toekomt: Dawson. En dus krijgt de Piltdown Man de wetenschappelijke naam Eoanthropus dawsoni.

Een reconstructie van de Piltdown Man. Afbeelding: J. Arthur Thomson / The Outline of Science (via Wikimedia Commons).

Een reconstructie van de Piltdown Man. Afbeelding: J. Arthur Thomson / The Outline of Science (via Wikimedia Commons).

Cricket bat
E. dawsoni zou zo’n 500.000 jaar geleden geleefd hebben. Op basis van de teruggevonden fossiele resten, maakte Woodward ook een reconstructie van hoe de mensachtige eruit zou hebben gezien (zie hiernaast). Woodward presenteert de vondst in 1912 maar wat graag aan de wereld. Vooral in Groot-Brittannië zelf zorgt de vondst voor enthousiaste reacties. Werden eerder al fossiele resten van mensachtigen in Frankrijk (de Neanderthaler) en Duitsland (H. heidelbergensis) teruggevonden, nu hadden ook de Britten fossiele resten van een heuse mensachtige in handen. Overigens was lang niet iedereen op het moment dat Woodward zijn vondst bekendmaakte, overtuigd van zijn gelijk. Maar met de vondst van de tand in 1913 stapelde het bewijs voor E. dawsoni zich op. En toen in 1914 een olifantenbot werd teruggevonden dat door enige bewerking sterk deed denken aan een cricket bat, werd het beeld van die Britse mensachtige alleen maar sterker.

Diverse fossiele resten die Woodward en Dawson hebben teruggevonden. Links de stukjes schedel. Rechtsboven de kaak met twee tanden en rechtsonder het stukje olifantenbot. Foto's: Natural History Museum.

Diverse fossiele resten die Woodward en Dawson hebben teruggevonden. Links de stukjes schedel. Rechtsboven de kaak met twee tanden en rechtsonder het stukje olifantenbot. Foto’s: Natural History Museum.

Twijfels
Ondertussen schrijdt de tijd voort. Decennia gaan voorbij en wereldwijd worden steeds meer ontdekkingen gedaan. Meer oude mensachtigen worden teruggevonden en we krijgen een steeds beter beeld van de evolutie van de mens. Maar met al die ontdekkingen die worden gedaan, gaan onderzoekers ook steeds meer vraagtekens zetten bij E. dawsoni. Wat de Piltdown Man mooi laat zien, is dat deze mensachtige een groot brein, maar nog een aapachtige kaak had. En alle vondsten die wereldwijd gedaan worden, schetsen juist een ander beeld. Zij laten namelijk zien dat onze voorouders eerst de menselijke kaak ontwikkelden en pas daarna een groter brein kregen. Inmiddels waren de jaren ’50 bijna aangebroken en waren de gereedschappen die wetenschappers gebruikten om mensachtigen te bestuderen en te dateren niet meer te vergelijken met de gereedschappen die rond 1912 werden ingezet. Een mooi moment om E. dawsoni – met behulp van de nieuwe technieken – eens opnieuw onder de loep te nemen.

Dawson maakte deze schets van het stukje grond waarin de resten van Piltdown Man gevonden zouden zijn. Afbeelding: via Natural History Museum.

Dawson maakte deze schets van het stukje grond waarin de resten van Piltdown Man gevonden zouden zijn. Afbeelding: via Natural History Museum.

Hoax
En direct komt de Piltdown Man op hele losse schroeven te staan. Wetenschappers ontdekken namelijk dat de schedel aanzienlijk jonger is dan Woodward claimde. De schedel zou zeker jonger zijn dan 50.000 jaar (later zou zelfs blijken dat de stukjes schedel zo’n 1000 jaar oud zijn). En 50.000 jaar geleden waren onze voorouders hun aapachtige trekjes allang kwijt. Hoe kon Piltdown Man die dan nog hebben? Vanaf dat moment gaat het heel snel. Wetenschappers bijten zich in de fossiele resten vast en ontdekken al vlug dat de schedel en kaak die Woodward en Dawson als resten van één soort presenteerden, in werkelijkheid aan twee soorten toebehoren: een mens (de schedel) en een aap, waarschijnlijk een orang-oetan (de kaak). Binnen korte tijd wordt een hoax die al veertig jaar standhoudt, omver gehaald. Ook blijkt al snel dat er heel bewust met het bewijsmateriaal is geknoeid. Zo zijn de stukjes schedel bewust bruin gemaakt zodat ze de kleur van de grind waarin ze zogenaamd gevonden werden, zouden hebben. En de tanden in de kaak van de orangoetan zijn platter gevijld, zodat ze lijken op de versleten tanden van een mens. In 1953 wordt de Piltdown Man officieel als een hoax bestempeld wanneer het Natural History Museum zich over de kwestie uitspreekt en moet concluderen dat E. dawsoni een verzinsel is. Dawson en Woodward maken dat niet meer mee: zij zijn dan reeds overleden.

Nooit meer?

De Piltdown Man: een mooi verhaal, maar zoiets gebeurt vandaag de dag toch niet meer? Nou, er is reden om waakzaam te zijn. In 1997 werd in het blad National Geographic nog een fossiel gepresenteerd dat het missende puzzelstukje tussen vogels en dinosaurussen zou zijn: de Archaeoraptor. Twee jaar later bleek daar niets van te kloppen: het fossiel bestond uit fossiele resten van verschillende soorten.

Dat de hoax de gemoederen nog steeds bezighoudt, blijkt wel uit het feit dat wetenschappers zich op dit moment opnieuw over de fossiele resten van de Piltdown Man buigen. Er zijn nog enkele vragen die de onderzoekers hopen te beantwoorden. Zo is nog altijd onduidelijk aan welke aapsoort de kaak van de Piltdown Man toebehoort. En ook weten we nog steeds niet wie deze hoax regisseerde. Was het Dawson, aangezien de ontdekkingen na zijn dood in 1916 plots stopten? Of was het Woodward of had de priester die in 1913 met de tand op de proppen kwam er iets mee te maken? Door te kijken naar hoe de verschillende fossiele resten bewerkt zijn, hopen de onderzoekers vast te stellen of één of meerdere mensen bij het opzetten van de hoax betrokken waren. Of we er ooit achter komen wie de grootste hoax uit de wetenschappelijke wereld op poten zette? Daar kunnen de onderzoekers nog geen uitspraken over doen. Hun resultaten worden over enkele maanden verwacht.