Ze zijn niet ontstaan in Antarctica, maar langs de kust van Australië en Nieuw-Zeeland.

Pinguïns zijn er in vele soorten en maten. Denk aan de 1,2 meter lange keizerspinguïns tot de schattige dwergpinguïns. Bovendien komen ze in veel verschillende leefgebieden voor. Zo vind je ze natuurlijk op Antarctica maar ook helemaal tot aan de evenaar. Onderzoekers besloten in een nieuwe studie op zoek te gaan naar de bakermat van de pinguïn. En daaruit blijkt dat pinguïns een nogal verrassende oorsprong hebben.

Verspreiding
Een veelvoorkomend misverstand is dat pinguïns alleen op Antarctica zouden voorkomen. Pinguïns komen echter heel wijdverspreid voor en hebben zich over de zuidelijke oceanen uitgewaaierd. Tegenwoordig worden ze onder andere gevonden in Zuid-Afrika, de tropische westkust van Zuid-Amerika, eilanden in de Indische Oceaan, Australië en Nieuw-Zeeland. Op de Galapagoseilanden worden ze zelfs tot aan de evenaar aangetroffen. Hieruit blijkt wel dat pinguïns zich aan veel verschillende leefgebieden kunnen aanpassen. “Pinguïns bezetten ongelofelijk verschillende thermische omgevingen, variërend van negen graden Celsius in de wateren rond Australië en Nieuw-Zeeland, temperaturen onder nul op Antarctica tot 26 graden op de Galápagos-eilanden,” zegt onderzoeker Rauri Bowie.


Bakermat
De onderzoekers besloten in de nieuwe studie op zoek te gaan naar de bakermat van de pinguïn. Want hoewel we het bijzondere dier dus op veel verschillende plekken aantreffen, weten we eigenlijk niet waar hij ooit is ontstaan. De onderzoekers besloten de genomen van achttien erkende pinguïnsoorten onder de loep te nemen. En dat leidde tot een verrassende conclusie. Allereerst blijkt dat de pinguïn ongeveer 22 miljoen jaar geleden het levenslicht zag. Daarnaast stelden de onderzoekers onomstotelijk vast dat pinguïns niet zoals gedacht op het ijzige Antarctica zijn ontstaan, maar juist langs de koele kustgebieden van Australië en Nieuw-Zeeland.

Konings- en keizerspinguïn
De studie lost een aantal lang bestaande vragen op. In het bijzonder natuurlijk waar pinguïns oorspronkelijk vandaan komen en wanneer ze precies ontstonden. Daarnaast geeft het genetische bewijs aan dat de voorouders van de koningspinguïn en de keizerspinguïns – de twee grootste soorten – zich snel afsplitsten van de andere pinguïns. Vervolgens trokken ze naar respectievelijk sub-Antarctische en Antarctische wateren, waarschijnlijk vanwege de overvloedige aanwezigheid van voedsel. “Het was zeer bevredigend om de fylogenie – waar lang over is gedebatteerd – op te lossen,” zegt Bowie. “Het debat draaide voornamelijk om de vraag waar de konings- en keizerspinguïns precies in de stamboom moeten worden geplaatst.” En de nieuwe studie verschaft nu nieuw inzicht in die fylogenetische stamboom van de pinguïn.

Twee prachtige koningspinguïns. Afbeelding: Aurora Fernandez

Niet alleen de konings- en de keizerspinguïn trokken echter weg. Ook de andere soorten pinguïns verspreidden zich over de zuidelijke oceanen nadat de doorgang tussen Antarctica en de zuidpunt van Zuid-Amerika – de zogenoemde Straat Drake – ongeveer twaalf miljoen jaar geleden volledig open was gebroken. De pinguïns dobberden vervolgens met de stroom mee over de gehele zuidelijke oceaan, waardoor ze zowel de koude sub-Antarctica eilanden als de warmere kustgebieden van Zuid-Amerika en Afrika bereikten. Hier bevolkten ze de kustgebieden en afgelegen eilanden op die plekken waar voedselrijk water te vinden was. Dankzij genetische aanpassingen konden de pinguïns op al deze nieuwe en uitdagende plekken goed gedijen. Zo veranderden bijvoorbeeld de genen die verantwoordelijk zijn voor het reguleren van de lichaamstemperatuur, waardoor ze zich konden aanpassen aan de barre en koude temperaturen op Antarctica evenals aan de tropische temperaturen nabij de evenaar.


Omvang
Nieuwe analytische hulpmiddelen stelden de onderzoekers ook in staat om de omvang van de oude pinguïnpopulaties in kaart te brengen. Het team ontdekte dat de meeste soorten pinguïns tussen de 40.000 en 70.000 jaar geleden in aantallen toenamen, toen de aarde tijdens de laatste ijstijd – veel soorten broeden het liefst op sneeuw en ijs – rap afkoelde. Bovendien blijkt dat verschillende groepen pinguïns zich in de loop van de evolutionaire geschiedenis met elkaar hebben gekruist. Door uitwisseling van verschillende genen kunnen pinguïns gedeelde genetische eigenschappen hebben die de diversificatie van pinguïns hebben vergemakkelijkt.

Ondanks het opzienbarende succes van de pinguïn om zich over het zuidelijk halfrond te verspreiden, worden veel pinguïnkolonies nu met uitsterven bedreigd. Zo moeten bijvoorbeeld veel keizerspinguïns op Antarctica steeds vaker verhuizen vanwege terugtrekkend zee-ijs en legden vorig jaar nog bijna alle kuikens van de Adeliepinguïns op het continent het loodje. Ook de aantallen galapagospinguïns nemen af naarmate we vaker te maken krijgen met warmere El Niño’s en moesten kleine geeloogpinguïns in Nieuw-Zeeland omheind worden om ze te beschermen tegen hongerige wilde katten. Hoewel de studie laat zien dat pinguïns zich aan veel verschillende omstandigheden kunnen aanpassen, gaan die veranderingen op dit moment simpelweg te snel, zo stelt onderzoeker Juliana Vianna. “We willen erop wijzen dat het miljoenen jaren heeft geduurd voordat pinguïns zulke verschillende leefgebieden konden bezetten,” zegt ze. “Door het snelle tempo waarmee de oceanen nu opwarmen zullen pinguïns niet in staat zijn om gelijke tred te houden met het veranderende klimaat.”

Het team waarschuwt dat de huidige klimaatverandering misschien teveel voor de pinguïn wordt. En dat betekent dat we mogelijk van sommige soorten afscheid zullen moeten nemen. Ook de keizerspinguïn bevindt zich op glad ijs. Hoewel onderzoekers onlangs nog elf nieuwe kolonies keizerspinguïns ontdekten, bevinden deze zich allemaal in hele kwetsbare gebieden waar veel zee-ijs rap wegkwijnt. De kans is daarom groot dat deze plekken verloren gaan naarmate het klimaat verder opwarmt. Het betekent dat sommige keizerspinguïn-kolonies de komende decennia mogelijk niet weten te overleven en zullen verdwijnen. De onderzoekers hopen dan ook dat hun studie meer inzicht verschaft in deze charismatische dieren en bijdraagt aan zinvolle en effectieve beschermingsplannen.