Het aantal stormband- en adéliepinguïns op het Antarctisch Schiereiland is sinds 1980 gehalveerd. Dat komt doordat hun bron van voedsel verdwijnt.

Het wordt steeds warmer op Antarctica en op het Antarctisch Schiereiland gaat het het hardst. En dat kan de krill – de bron van voedsel van de pinguïns – niet hebben. Deze garnaalachtige diertjes hebben ijs nodig om jongen in leven te houden. Maar nu het ijs smelt, wordt de instandhouding van de soort steeds moeilijker. Krill heeft het lastig. Het aantal diertjes is in dertig jaar tijd met zo’n 40 tot 80 procent afgenomen. En de pinguïns worden in de negatieve spiraal meegesleept, zo blijkt.

Stormbandpinguïn
Eerst had men nog goede hoop voor de stormbandpinguïn. Het dier brengt een groot deel van het leven in open water door en zou zich – ook als het ijs smolt – wel redden. Maar een nieuw onderzoek laat iets heel anders zien.

WIST U DAT…

…er steeds meer pinguïns zijn die kaal blijven?

Fytoplankton
Het is het directe gevolg van de afname van krill. Aan de onderkant van het zeeijs groeit fytoplankton. Een lekkernij voor jonge krill. De diertjes hebben het nodig om de koude winter door te komen. Pas als ze een jaar of twee zijn, kunnen ze een winter zonder voedsel. Daarvoor moeten ze hun voedsel van het ijs schrapen. Maar nu het ijs verdwijnt, neemt ook het voedsel af. Minder krill dus. En dus ook minder pinguïns die weer dol zijn op krill.

Jongen
Vooral jonge pinguïns hebben het moeilijk. Normaal gesproken overleeft ongeveer de helft. Nu is dat nog maar tien procent. De pinguïnsoorten staan nog niet op de lijst met bedreigde diersoorten, maar met name voor de stormbandpinguïn wordt het ergste gevreesd.

Vis
Pinguïns aten niet altijd krill: tot zo’n 200 jaar geleden aten ze ook veel vis. Maar niets wijst er nog op dat de pinguïns bereid zijn om over te stappen. En waarschijnlijk zal die overstap – als ‘ie er al komt – niet meevallen. Overbevissing maakt ook de vis schaars.

Het onderzoek laat zien hoe kleine veranderingen grote gevolgen kunnen hebben voor een heel ecosysteem. Alles grijpt in elkaar, zo tonen de onderzoekers in het blad Proceedings of the National Academy of Sciences aan.