keizerspinguin

Wie na het zien van ‘March of the Penguins’ nog geen medelijden had met de pinguïn, zou het nu spontaan krijgen. De pinguïn moet niet alleen de kou en veeleisend nageslacht trotseren, maar proeft ook nog eens vrijwel niets.

Onderzoekers bestudeerden het genoom van de keizerspinguïn en Adéliepinguïn toen ze zich opeens realiseerden dat dat genoom enkele smaakgenen miste. Ze pakten daarop het genoom van andere pinguïnsoorten erbij en ontdekten dat alle pinguïnsoorten de genen missen die nodig zijn om de smaken zoet, umami en bitter te kunnen proeven.

Umami
Veel andere vogels – waaronder kippen – kunnen ook geen zoete dingen proeven. Maar zij kunnen wel de smaken bitter en umami proeven. “Pinguïns eten vis, dus je zou verwachten dat ze de genen waarmee ze umami kunnen waarnemen hebben, maar om de één of andere reden hebben ze die niet,” vertelt onderzoeker Jianzhi Zhang. “Dat is verrassend en we kunnen dat niet goed verklaren.”

Koud
Hoewel de onderzoekers niet met zekerheid kunnen stellen waarom de pinguïns deze basissmaken zijn kwijtgeraakt, hebben ze daar wel ideeën over. Zo vermoeden ze dat de pinguïns de smaken niet zijn kwijtgeraakt, omdat deze niet nuttig waren, maar eerder door de koude omgeving waarin pinguïns van oorsprong voorkomen. In tegenstelling tot de receptoren voor zuur en zout, zijn de receptoren die nodig zijn voor het opmerken van zoet, umami en bitter temperatuurgevoelig. Ze werken niet als het heel koud is. Dus zelfs als de pinguïns ze zouden hebben, zouden ze waarschijnlijk niet functioneren.

Misschien kan het onderzoek ook wel verklaren waarom de pinguïns hun voedsel heel doorslikken: ze proeven er toch weinig van. Maar onderzoekers willen zo ver niet gaan. Onduidelijk is namelijk of het heel doorslikken van voedsel de oorzaak of een consequentie is van het verliezen van drie van de vijf basissmaken.