De positieve effecten lijken zeer beperkt, zo suggereert nieuw onderzoek.

Je hoort het de laatste jaren steeds vaker: vrouwen die na de geboorte van hun kind een deel van de placenta consumeren (zie kader). Hoewel veel vrouwen er niet aan moeten denken, zijn er ook veel vrouwen die er bij zweren: het opeten van de moederkoek zou bijvoorbeeld de kans op een postnatale depressie verkleinen en zorgen voor een betere band tussen moeder en kind. Een ander veelgehoord argument voor het nuttigen van de placenta: talloze zoogdieren doen het, dus het moet bijna wel natuurlijk gedrag zijn en dus bepaalde voordelige effecten hebben.

De placenta opeten: hoe doe je dat?

Dat vereist enige voorbereiding. Vrouwen eten de placenta (meestal) namelijk niet zo op. In plaats daarvan wordt deze gedroogd, vermalen en in een capsule gestopt.

Onderzoek
Maar is dat werkelijk zo? Amerikaanse onderzoekers hebben dat nu uitgezocht. De onderzoekers verzamelden 27 vrouwen. Twaalf ervan kregen in de weken na de bevalling pillen waarin de placenta verwerkt zat. De overige vijftien vrouwen kregen ook pillen, maar dat waren placebo’s: er zat geen placenta in verwerkt. De onderzoekers keken vervolgens onder meer hoe de stemming van de vrouwen was en hoe vermoeid de vrouwen waren. Ook werd gekeken naar de hormoonconcentraties van de proefpersonen.

Resultaten
De onderzoekers konden geen bewijs vinden dat de placenta-pillen een significante impact hadden op de stemming van de jonge moeders en de kans op een postnatale depressie verkleinden. Ook lijken de placentapillen niet of nauwelijks effect te hebben op het energieniveau en de vermoeidheid van jonge moeders. “We vonden wel enig bewijs voor een afname in depressieve symptomen binnen de placenta-groep, maar niet in de placebo-groep, en een in vergelijking met de placebo-groep afgenomen vermoeidheid onder de proefpersonen in de placenta-groep, aan het eind van de studie,” zo schrijven de onderzoekers in hun paper. Maar: “er zijn geen robuuste verschillen gevonden in de postnatale maternale stemming, binding of vermoeidheid tussen de placenta- en placebo-groepen.”

Hormonen
Daarnaast werd ook gekeken naar de hormonen van de vrouwen. Veel van de hormonen die in deze pillen zaten, werden in iets verhoogde concentraties in het lichaam van de vrouwen teruggevonden. Maar de verschillen waren klein en het leidde niet tot een significant verschil tussen de hormoonhuishouding van vrouwen die de placenta-pillen slikten en vrouwen die een placebo ontvingen. “We vonden geen duidelijk, robuust verschil in de hormoonspiegels of de postnatale stemming van vrouwen in de placenta-groep en vrouwen in de placebo-groep, terwijl dit soort studies er wel voor gemaakt is om deze verschillen te detecteren,” vertelt onderzoeker Daniel Benyshek.

Vervolgonderzoek
Benyshek hebben dus geen overtuigend bewijs gevonden dat de veelgehoorde argumenten voor het nuttigen van de placenta – het verkleint de kans op een postnatale depressie, heeft een positief effect op de stemming – kloppen. Wel lijkt het opeten van de placebo een zeer beperkte invloed te hebben op bepaalde hormoonconcentraties. Maar of dat voordelen oplevert voor de moeder, is onduidelijk. Dat zal uit vervolgonderzoek moeten blijken. Dat vervolgonderzoek lijkt – met name met het oog op de kleine groep proefpersonen – overigens sowieso geen overbodige luxe.

Het is niet voor het eerst dat Benyshek zich over het nuttigen van de placenta buigt. Vorig jaar toonde hij al aan dat de placenta-pil niet zo’n goede bron van ijzer was als werd gedacht.