Europa’s Planck observatorium heeft een kaart gemaakt van massieve koude gaswolken in het melkwegstelsel. Aan de hand van deze kaart hopen astronomen meer te leren over de vorming van sterren. In gebieden met meer gas en stof is de kans groter dat er nieuwe sterren worden geboren.

“De nieuwste kaart laat zien hoe goed Planck werkt”, vertelt Dr. Jan Tauber, projectwetenschapper van de Planck missie bij ESA. “Daarnaast is goed te zien dat Planck de hemel grootschalig bekijkt, terwijl de Herschel telescoop inzoomt op specifieke gebieden.”

Planck hoopt ooit de kosmische achtergrondstraling in kaart te brengen. De kosmische achtergrondstraling is de warmtestraling die is uitgezonden tijdens de oerknal. Na zo’n 300.000 jaar was het heelal afgekoeld tot zo’n 3000 kelvin en konden atomen gevormd worden. Elektronen werden gebonden aan protonen en neutronen. Doordat fotonen niet meer gehinderd werden door interacties met elektronen werd het heelal doorzichtig. Dit licht van het vroege heelal wordt tegenwoordig waargenomen als de kosmische achtergrondstraling. Om dit fenomeen waar te nemen moet het observatorium eerst storende factoren wegfilteren, waarna de kosmische achtergrondstraling overblijft. Eén van die storende factoren is het gas en stof tussen sterren. De nieuwe informatie gebruikt Planck als een soort filter, waardoor de kosmische achtergrondstraling uiteindelijk overblijft.

De nieuwe foto’s bestrijken tien procent van de hemel. Op de foto’s zijn filamenten van gas te zien op een afstand binnen vijfhonderd lichtjaar van de aarde vandaan. Sommige gaswolken hebben een temperatuur van -261 graden Celsius: twaalf graden boven het absolute nulpunt.

Eind 2012 worden de eerste kaarten en wetenschappelijke papers over de kosmische achtergrondstraling aan de hand van data van het Planck observatorium verwacht.