De telescoop – die meer dan 2600 exoplaneten ontdekte – is door zijn brandstof heen.

Dat heeft NASA zojuist in een persconferentie laten weten. Heel verrassend is het nieuws niet; NASA waarschuwde in maart dit jaar al dat het einde naderde voor Kepler. Lang was echter onduidelijk wanneer het doek écht zou vallen voor de planetenjager. Maar vanavond is het dus zover. Volgens de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie heeft de telescoop nu echt te weinig brandstof om operationeel te kunnen blijven. En daarom is besloten om Kepler met pensioen te sturen.

Keplers einde
Normaliter eindigen ruimtemissies vaak tamelijk dramatisch, doordat ruimtevaartorganisaties alles in het werk stellen om hun ruimtesondes te vernietigen. Zo kreeg ruimtesonde Cassini onlangs opdracht om zich in de atmosfeer van Saturnus te boren. Zo wilde men voorkomen dat deze ongecontroleerd in het Saturnus-systeem zou blijven ronddolen en uiteindelijk op één van de potentieel leefbare manen van Saturnus zou crashen. Het einde van Kepler is niet zo dramatisch: de telescoop bevindt zich op grote afstand van de aarde en andere ‘sensitieve gebieden’, waardoor deze in zijn huidige, veilige baan met pensioen kan gaan.

Planeten zijn overal
“Kepler heeft – als eerste op planeten jagende missie – al onze verwachtingen overtroffen en de weg vrijgemaakt voor de verkenning en zoektocht naar leven in het zonnestelsel en daarbuiten,” aldus Thomas Zurbuchen, namens NASA. Kepler heeft in totaal zo’n 3826 kandidaat-planeten buiten ons zonnestelsel ontdekt. Van iets meer dan 2600 van die planeten is middels vervolgonderzoek aangetoond dat ze ook daadwerkelijk bestaan. “Toen we deze missie zo’n 35 jaar geleden bedachten, kenden we geen enkele planeet buiten ons zonnestelsel,” vertelt onderzoeker William Borucki. “Nu weten we dat planeten overal zijn.”

150.000 sterren
Kepler werd in 2009 gelanceerd en moest in eerste instantie langdurig naar zo’n 150.000 sterren turen. Men hoopte dat de telescoop de helderheid van vele van deze sterren kortstondig zou zien afnemen. Dat kon immers een aanwijzing zijn dat rond deze sterren een planeet draaide die zo af en toe tussen Kepler en de ster langs bewoog en daarbij een deel van het sterlicht tegenhield. De aanpak bleek zijn vruchten af te werpen: Kepler ontdekte immers de ene na de andere planeet. De missie leerde ons niet alleen dat planeten overal zijn, maar ook dat er onder planeten sprake is van een grote diversiteit. Kepler ontdekte rotsachtige planeten, maar ook hete Jupiters (gasreuzen die zeer dicht bij hun ster staan) en superaardes (het meest ontdekte type planeet, dat we in ons zonnestelsel helemaal niet kennen).

Technische problemen
Zo’n vier jaar na de lancering van Kepler kreeg de ruimtetelescoop te kampen met technische problemen. Slimme engineers slaagden erin om de telescoop toch nog een tweede leven te geven, waardoor Kepler uiteindelijk meer dan 500.000 sterren kon bestuderen.

En nu is het doek dus gevallen. Maar dat is geen reden om bij de pakken neer te gaan zitten, aldus Jessie Dotson, verbonden aan NASA’s Ames Research Center. “We weten dat het pensioen van het ruimtevaartuig niet het einde is.” Naar verwachting zitten in de Kepler-data nog heel wat ontdekkingen verstopt. Bovendien zijn er al vervolgmissies uitgerold die voortborduren op het werk van Kepler. Zo onderzoekt planetenjager TESS momenteel 200.000 zeer heldere sterren in de nabijheid van de aarde, in de hoop ons tot op heden onbekende exoplaneten te vinden. Met behulp van toekomstige telescopen – zoals James Webb – kunnen we op deze en door Kepler ontdekte exoplaneten onder meer op jacht gaan naar sporen van buitenaards leven.