oceaan

Nieuw onderzoek wijst erop dat plankton in de grote oceanen tot wel twee keer meer koolstofdioxide tot zich neemt dan gedacht. Tijd om de modellen die onderzoekers gebruiken om de hoeveelheid koolstofdioxide in de oceaan vast te stellen, grondig te herzien.

In 1934 stelde oceanograaf Alfred Redfield dat zowel plankton als het materiaal dat plankton uitscheidt dezelfde verhouding koolstof, stikstof en fosfor bevat. Namelijk: 106:16:1. Het maakte daarbij volgens Redfield niet uit hoe diep het plankton zat: zowel aan het oppervlak als op de bodem van oceanen verhielden koolstof, stikstof en fosfor zich op deze wijze tot elkaar.

WIST U DAT…

…blauwe vinvissen soms ondersteboven eten?

Wetenschappers hebben nu ontdekt dat Redfield ernaast zat. De verhouding is niet overal hetzelfde. Zo blijkt warm water zonder veel voedingsstoffen nabij de evenaar een heel andere verhouding te hebben dan het koude water dat rijk aan voedingsstoffen is en zich nabij de polen bevindt. Nabij de evenaar is de verhouding koolstof, stikstof en fosfor in plankton 195:28:1. Terwijl het bij de polen uitkomt op 78:13:1.

Het is voor het eerst dat met observaties wordt aangetoond dat Redfield ernaast zit. “Daarom is dit (onderzoek, red.) zo belangrijk,” benadrukt onderzoeker Adam Martiny. Redfields theorie komt in tal van tekstboeken terug en is in diverse modellen gebruikt. Zowel de tekstboeken als de modellen zullen moeten worden herzien.