bomen

Dat planten klimaatverandering afremmen door CO2 te absorberen, weet iedereen. Maar hoe groot hun impact nu exact is, was lang moeilijk in te schatten. Een nieuw onderzoek brengt daar verandering in en laat zien dat planten sinds 1950 186 tot 192 miljard ton koolstof uit de atmosfeer hebben gehouden en de aarde zo aanzienlijk koeler hebben gehouden.

Tussen 1860 en 1950 werden er heel wat bossen omgehakt. Daarbij kwamen aanzienlijke hoeveelheden koolstofdioxide vrij. Rond 1950 veranderde het beleid. Mensen gingen bossen herstellen en efficiënter gewassen verbouwen. Ondertussen maakte ook de industrie een groeispurt door en werd er dus meer CO2 uitgestoten. En aangezien CO2 ‘voedsel’ is voor planten, nam de vegetatie daardoor toe. “Een afname in de wereldwijde ontbossing gecombineerd met meer groei van vegetatie – veroorzaakt door een snelle toename van de koolstofdioxide – veranderde het land van een bron van koolstof in een opslagplaats voor koolstof,” legt onderzoeker Elena Shevliakova uit.

De cijfers
Onderzoekers tonen nu aan hoe belangrijk het is geweest dat dat gebeurde. Wanneer planten en bomen koolstofdioxide waren blijven afgeven in plaats van absorberen, zou er zo’n 65 tot 82 miljard ton koolstofdioxide extra in de atmosfeer zijn beland. Dat is nog exclusief de tonnen koolstofdioxide die de gekapte bomen en extra vegetatie niet zouden hebben kunnen absorberen. Als we waren blijven kappen, zou er op dit moment zo’n 251 tot 274 miljard ton extra aan koolstofdioxide in de lucht zitten. Daarmee zou de koolstofdioxideconcentratie uit zijn gekomen op 485 deeltjes per miljoen. Aanzienlijk meer dan de algemeen geaccepteerde grens van 450 deeltjes per miljoen (een grens die wanneer we deze voorbijgaan zou resulteren in een radicaal ander klimaat waarvan geen weg terug meer is).

Temperatuur
De onderzoekers berekenden ook welke consequenties de bomen en planten heel concreet voor de temperaturen op aarde hebben. Ze stellen dat de extra bomen en planten geresulteerd hebben in een temperatuur die 0,3 graden Celsius lager ligt. Dat lijkt weinig, maar dat is het niet. De onderzoekers benadrukken dat de planeet sinds het begin van de twintigste eeuw ongeveer 0,74 graden Celsius warmer is geworden. De wereldwijde temperatuur wordt gevaarlijk hoog als deze 2 graden Celsius boven het pre-industriële niveau uit zou stijgen. Op zulke aantallen is 0,3 graden Celsius veel. “Mensen zeggen altijd dat opslagplaatsen voor CO2 belangrijk zijn voor het klimaat,” stelt Shevliakova. “Wij tonen voor het eerst een getal en kunnen concluderen wat de opslag van CO2 concreet voor ons betekent.”

Het houdt een keer op
Planten spelen dus een heel belangrijke rol binnen het klimaatsysteem. Ze verminderen de hoeveelheid CO2 in de lucht en houden de aarde zo koeler. Maar dat effect heeft zo zijn grenzen, stellen de onderzoekers. “Koolstofdioxide is voedsel voor planten en meer voedsel afgeven, stimuleert ze om meer te ‘eten’,” stelt deskundige Scott Saleska. “Maar op een gegeven moment zitten de planten vol en leidt meer voedsel afgeven er niet meer toe dat ze meer gaan eten.”

Het onderzoek is belangrijk, benadrukt Saleska. “Het simuleert het verleden waarvoor we, in tegenstelling tot de toekomst, observaties hebben. Voorgaande observaties omtrent het klimaat en koolstofdioxide laten zien hoe goed het model is. Als het overeenkomt met het verleden, kunnen we er meer vertrouwen in hebben dat het de toekomst kan voorspellen.”