De planten die ze op het menu hadden staan, lijken voedzamer dan onderzoekers aannamen.

Dat stellen Britse onderzoekers nadat ze planten lieten groeien in een atmosfeer die vergelijkbaar was met de atmosfeer die onze planeet 150 miljoen jaar geleden had. Hun bevindingen zijn terug te lezen in het blad Palaeontology.

CO2-concentratie
Zo’n 150 miljoen jaar geleden zat er veel meer CO2 in de atmosfeer dan nu. En gedacht werd dat planten die in die tijd groeiden daardoor veel minder voedzaam waren dan nu. “Er was de aanname dat de voedingswaarde van planten afnam, doordat planten bij hogere CO2-concentraties sneller en/of groter worden,” legt onderzoeker Fiona Gill uit. Maar experimenteel onderzoek van Gill en collega’s laat dus zien dat dat in ieder geval niet voor alle plantensoorten gold.

Populatie-omvang
Het kan betekenen dat we ons beeld van de plantenetende dino’s op bepaalde punten moeten herzien. “De grote lichaamsomvang van Sauropoda in die tijd suggereert dat ze grote hoeveelheden energie nodig hadden om stand te houden. Wanneer de beschikbare voedselbron een hoge voedingswaarde heeft en veel energie levert, betekent dat dat er minder voedsel geconsumeerd hoeft te worden om voldoende energie binnen te krijgen, wat weer van invloed is op de populatie-omvang en -dichtheid.” Zo schatten de onderzoekers op basis van hun experimenten in dat het ecosysteem waarvan de plantenetende dinosaurussen deel uitmaakten doordat deze dino’s minder hoefden te eten dan gedacht tot wel 20% meer van deze dino’s kon herbergen.

Afbeelding: manfredrichter / Pixabay.

Experiment
De onderzoekers verzamelden voor hun experiment verschillende soorten planten die bij de dino’s op het menu stonden. Denk bijvoorbeeld aan schaafstro, gewone eikvaren en scherpe boterbloem. De onderzoekers lieten de planten groeien in een atmosfeer die te vergelijken was met de atmosfeer die onze planeet 150 miljoen jaar geleden had. Met behulp van een kunstmatig fermentatiesysteem bootsten ze de spijsvertering in het lichaam van een plantenetende dino na om vast te stellen welke voedingswaarde de bladeren van deze planten hadden. Veel van de planten bleken een veel hogere voedingswaarde te hebben dan voorheen werd gedacht.

“Ons onderzoek geeft ons niet het complete plaatje als het gaat om het dieet van de dinosaurussen of alle planten die in die tijd groeiden,” benadrukt Gill. En toch is het onderzoek volgens haar wel belangrijk “omdat een beter begrip van hoe de dinosaurussen aten onderzoekers kan helpen om te begrijpen hoe zij leefden.” Verder verwacht Gill dat dit onderzoek nog maar het begin is. “Wat zo opwindend is aan onze aanpak waarbij we planten onder prehistorische atmosferische omstandigheden laten groeien, is dat deze ook gebruikt kan worden om andere ecosystemen en diëten van andere oude megaherbivoren, zoals zoogdieren uit het Mioceen – de voorouders van tal van moderne zoogdieren – kunnen simuleren.”