Het kan mogelijk helpen verklaren waarom we slechts een fractie van het plastic dat in de zee terechtkomt, ook daadwerkelijk aan het oppervlak aantreffen.

Dat stellen onderzoekers in het blad Environmental Research Letters. Ze baseren zich op een enorme databank, waarin tussen 2011 en 2016 precies is vastgelegd waar er langs de Australische kust en in welke hoeveelheden plastic te vinden is. Die data wezen uit dat de grootste concentraties plastic te vinden waren op enige afstand van de kustlijn, grofweg op de plek waar de vegetatie begint. “Het is niets nieuws dat plastic afval op stranden wereldwijd te vinden is,” vertelt onderzoeker Arianna Olivelli aan Scientias.nl. “Dat zien wetenschappers, maar ook strandgangers al decennia op rij.” Wat wel nieuw is, is dat onderzoekers nu overtuigende aanwijzingen hebben gevonden dat deze kustgebieden tot opslagplaatsen voor marien afval zijn verworden. “Het afval dat langs de kust werd gedocumenteerd, bleek een mengsel te zijn van afval en afzettingen vanuit de oceaan,” aldus Olivelli. “De resultaten suggereren dat plastic vanuit stedelijke gebieden in de oceaan terechtkomt en dan weer terug naar de kust wordt getransporteerd en op het land wordt geduwd, waar het blijft hangen.”

Mysterie
Het kan mogelijk deels het mysterie van ‘het missende plastic’ oplossen. Al jaren is namelijk bekend dat er naar schatting veel meer plastic in de oceaan terechtkomt dan we er daadwerkelijk aan het oppervlak aantreffen. Deze studie suggereert dat in ieder geval een deel van het missende plastic uiteindelijk weer op het land terechtkomt. Onduidelijk is echter nog om hoeveel plastic het precies gaat, aldus Olivelli. “Een ander, nog te publiceren onderzoek wijst uit dat ongeveer 90% van het afval dat in de oceaan belandt, blijft hangen in het kustgebied, oftewel het gebied dat zich tot acht kilometer voor de kust uitstrekt. We weten helaas niet zeker hoeveel van het plastic dat in de oceaan terechtkomt en in dat kustgebied blijft hangen, weer terugkeert naar het land.”


Hoe dan?
Die terugkeer naar het land wordt mede mogelijk gemaakt door golven en wind. “Golven duwen het afval weer naar het land en hoe hoger de golven hoe verder het plastic op het strand weet te komen,” vertelt Olivelli. “Kleinere stukken plastic zullen heen en weer bewegen op de plek waar golven het strand bereiken en waarschijnlijk door de interactie met de zanderige of rotsachtige kust nog verder uiteenvallen. Grotere stukken plastic laten zich niet zo snel door golven meevoeren, maar hebben een relatief lagere dichtheid dan kleine stukken plastic en zullen daardoor gemakkelijker door kustwinden worden opgepikt en zich zo richting het kustgebied begeven.”

Wereldwijd verschijnsel
Hoewel de studie zich beperkt tot de Australische kust is Olivelli ervan overtuigd dat de resultaten ook gelden voor andere kustgebieden. Ze wijst erop dat het onderzoekers van de Australische Commonwealth Scientific and Industrial Research Organisation (CSIRO) wereldwijd data verzamelen omtrent plastic vervuiling. “En daaruit blijkt bijvoorbeeld dat we dezelfde patronen zien in veel landen in de Aziatische en Pacifische regio.” Daarnaast wijst Olivelli erop dat het onderzoek gebaseerd is op data verzameld langs de gehele Australische kust. “Dat betekent dat we zeer diverse stranden met elk hun eigen eigenschappen en die elk weer net op iets andere manier aan wind en golven werden blootgesteld, hebben bemonsterd.” Dat het proces waarbij plastic afval vanuit zee terugkeert naar het land op al deze stranden een impact heeft, is daarbij veelzeggend. “Daarom geloof ik dat deze resultaten wereldwijd van toepassing zijn en niet alleen gelden voor Australië.”

Opruimen
Enerzijds lijkt de ontdekking dat een deel van het plastic dat in de oceaan belandt uit zichzelf weer terugkeert naar het land, goed nieuws. De kust schoonmaken lijkt immers gemakkelijker dan het schoonmaken van het oceaanwater. Olivelli kan zich wel in die conclusie vinden. “Het iets verder landinwaarts gelegen kustgebied is inderdaad vaak wat beter toegankelijk dan de wateren net voor de kust en de open oceaan zelf.” Daarnaast biedt het onderzoek volgens Olivelli ook aanknopingspunten om plastic vervuiling in de kiem te smoren. “Wat we zien is dat de dichtheid van het mariene afval hoger ligt in gebieden waar meer mensen wonen en de stranden gemakkelijker te bereiken zijn. Dat suggereert dat de implementatie van een veel strikter afvalbeleid al kan resulteren in een beperking van de hoeveelheid plastic die in het kustgebied terechtkomt.”


Het onderzoek laat zien dat er – ondanks dat er al veel onderzoek is gedaan naar plastic vervuiling – nog genoeg is wat we niet weten. En Olivelli ziet nog genoeg aanknopingspunten voor vervolgonderzoek. Zo zou ze bijvoorbeeld nog graag onderzoeken hoe plastic afval zich beweegt in rivierdelta’s. “Zo kunnen we nog beter inschatten hoeveel plastic waar – in kustgebieden, aan het oppervlak, in de waterkolom of op de bodem van de oceaan – blijft hangen. En uiteindelijk vaststellen op welke plekken we ons bij het opruimen van dat plastic dat via rivieren de oceaan in komt, het beste kunnen richten.”