In de ruimte gebeuren soms heel vreemde dingen…

Tot die conclusie komen wetenschappers van Tufts University nadat ze enkele platwormen (Dugesia japonica) de ruimte in stuurden. Ze stopten een aantal platwormen in een buisje dat voor de helft gevuld was met water en voor de helft gevuld was met lucht. Sommige van deze platwormen werden in hun geheel in het buisje gestopt. Anderen ondergingen eerst een amputatie (dat klinkt misschien wat heftig, maar platwormen zijn in staat tot regeneratie: wanneer ze een lichaamsdeel kwijtraken, zijn ze in staat om gewoon een nieuw lichaamsdeel te laten groeien). Terwijl deze platwormen gelanceerd werden, bleef een controlegroep op aarde achter. Deze controlegroep werd op dezelfde manier opgeslagen als de platworm-astronauten.

Onderzoek
Na vijf weken in de ruimte te hebben vertoefd, keerden de platwormen terug op aarde. De onderzoekers bestudeerden de platwormen uitgebreid en vergeleken ze tevens met de platwormen die op aarde waren achtergebleven.

Twee hoofden
Eén van de platwormen die voorafgaand aan hun ruimtereis een amputatie hadden ondergaan, bleek in de ruimte twee hoofden te hebben verkregen. Een bijzondere verrassing. Nog nooit zijn de onderzoekers er namelijk getuige van geweest dat een platworm spontaan twee hoofden ontwikkelde. En dat terwijl ze in de afgelopen vijf jaar alleen al meer dan 15.000 platwormen bestudeerd hebben.

De platworm met twee hoofden. Afbeelding: Junji Morokuma / Allen Discovery Center Tufts University.

Nog eens amputeren
Maar het wordt nog gekker. Want de onderzoekers besloten de worm van zijn twee hoofden te ontdoen. En daarna regenereerde het onthoofde middenstuk opnieuw twee koppen. Het wijst er sterk op dat de lichaamsbouw van deze worm door de ruimtereis permanent veranderd is.

Gedeeld
Verder blijkt uit het onderzoek dat wormen die in hun geheel de ruimte in waren gestuurd zich spontaan gingen delen. Ze deelden hun lichaam zo dat er twee of meer identieke individuen ontstonden. Hun op aarde achtergebleven soortgenoten waagden zich daar niet aan. Mogelijk werd de deling ingegeven door de temperaturen waaraan de wormen in de ruimte waren blootgesteld.

Verschillen
Maar er zijn meer verschillen tussen de platwormen die de ruimte ingingen en de platwormen die op aarde achterbleven. Na afloop van het experiment haalden de onderzoekers alle platwormen uit hun buisjes en plaatsten ze in petrischaaltjes. De platwormen die de aarde niet hadden verlaten, vertoonden direct normaal gedrag. Maar de hele wormen die vijf weken in de ruimte waren geweest, krulden op en waren deels verlamd. Pas na twee uur in het petrischaaltje te hebben gelegen, gingen ze zich normaal bewegen. Ook reageerden de platwormen die in de ruimte waren geweest anders op licht. Zo brachten de wormen die in de ruimte waren geweest 20 maanden nadat ze op aarde waren geland minder tijd door in het donker dan de platwormen die altijd op aarde waren geweest. Ook het microbioom – het geheel van microben die op en in de platwormen leven – van de platwormen die in de ruimte waren geweest was anders dan dat van hun aardse soortgenoten.

De onderzoekers hopen dat hun studie bijdraagt aan een beter begrip van de impact die het ontbreken van aardse krachten – zoals een aardmagnetisch veld of zwaartekracht – heeft op het menselijk lichaam. Als we dat weten, kunnen we namelijk ook na gaan denken over eventuele preventieve maatregelen of therapieën die deze impact beperken. Dat is – zeker als mensen verre ruimtereizen, bijvoorbeeld naar Mars gaan ondernemen – geen overbodige luxe.