plesiosaurus

Hoe gebruikte de plesiosaurus zijn vier grote vinnen in het water? Dankzij computersimulaties zijn wetenschappers er nu achter gekomen.

Het monster van Loch Ness heeft ooit bestaan in de vorm van de plesiosaurus. Dit zeereptiel had een lange nek en zwom ten tijde van de dinosauriërs in grote zeeën en oceanen. Het dier was door zijn lange nek niet snel en at voornamelijk organismen die op de zeebodem leefden. Het dier stierf samen met de dino’s uit, toen de aarde 65 miljoen jaar geleden door een grote asteroïde werd geraakt.

Lange tijd was onduidelijk hoe het zeereptiel zijn vinnen gebruikte om te zwemmen. Sommige wetenschappers dachten dat de plesiosaurus synchroon zwom, oftewel alle vier vinnen bewogen zich in dezelfde richting (zoals roeiers in een roeiboot). Het andere kamp was van mening dat de plesiosaurus asynchroon of semi-synchroon zwom, waarbij de voorste vinnen en achterste vinnen een andere positie aannamen.

Computermodel betekent doorbraak
De strijdbijl kan begraven worden, want onderzoekers weten nu eindelijk hoe Loch Ness zijn vinnen gebruikte. Daarvoor gebruikten zij een computermodel. In een paper in het wetenschappelijke vakblad PLOS Computational Biology wordt de methode uitgelegd. De onderzoekers richtten zich op de Meyerasaurus victor. Deze plesiosaurus leefde in het huidige Duitsland en was ruim drie meter lang. Voor een plesiosaurus was de Meyerasaurus victor een kleintje.

Als een pinguïn
Uit de computersimulaties blijkt dat de plesiosaurus voornamelijk met zijn voorvinnen zwom. De achtervinnen verhoogden de zwemsnelheid niet en werden vooral gebruikt om te sturen en voor het evenwicht. Dit komt exact overeen met hoe pinguïns en schildpadden zich door het water bewegen. In de video hieronder zie je hoe een plesiosaurus zwom.

“Het is al bijna 200 jaar een mysterie hoe plesiosaurussen zwommen”, zegt paleontoloog Adam Smith van het Natuurhistorisch Museum van Nottingham. “Het is fascinerend om dit dier tot leven te zien komen op een computerscherm. Onze resultaten laten zien dat de plesiosaurus zijn voorvinnen actief gebruikte en zijn achtervinnen passief inzette.”