Twee patiënten die vanwege een bacteriële infectie een poeptransplantatie ondergingen, maar ook het coronavirus onder de leden hadden, zagen hun coronasymptomen na de procedure razendsnel verdwijnen. Toeval? Of hoopvol nieuws?

Onderzoekers moeten het antwoord op die laatste vraag nog even schuldig blijven, maar zien voldoende reden om de poep- of stoelgangtransplantatie ook in de strijd tegen COVID-19 nog eens nader onder de loep te nemen. Dat is te lezen in het blad Gut.

Poeptransplantatie
In het blad beschrijven onderzoekers twee patiënten die herhaaldelijk te maken hadden met Clostridioides difficile, een bacterie die diarree en darminfecties veroorzaakt. Om de bacterie voorgoed uit de weg te helpen, werd besloten om een poeptransplantatie uit te voeren. Hierbij wordt poep van een donor in de darmen van een ontvanger aangebracht. Het gaat daarbij niet zozeer om de poep, maar om de bacteriën die daarin leven; met de transplantatie proberen artsen de samenstelling van de bacteriële gemeenschap die in de darmen van de ontvanger aanwezig is, positief te veranderen. Het resultaat is een gezonde(re) darmflora die bovendien het immuunsysteem versterkt.

De twee casussen
De eerste patiënt waarbij de poeptransplantatie werd toegepast, was een 80-jarige bij wie naast de C. difficile-infectie ook sprake was van een longontsteking en bloedvergiftiging. Daarnaast ontwikkelde hij coronasymptomen, waaronder koorts. Daarop volgde een coronatest, die positief uitviel. Er volgde een behandeling met remdesivir en met antistoffen gevuld bloedplasma, afkomstig van genezen coronapatiënten. Ook werd overgegaan tot een poeptransplantatie. Geheel onverwachts zagen onderzoekers de corona-symptomen twee dagen na de poeptransplantatie als sneeuw voor de zon verdwijnen. De kans dat het te herleiden is naar de behandeling met remdesivir en bloedplasma lijkt klein, zo stellen de onderzoekers; er is tot op heden weinig bewijs dat deze behandelingen ertoe leiden dat coronapatiënten versneld herstellen.

De tweede patiënt was negentien jaar oud en leed aan een chronische darmontsteking en werd daarvoor behandeld met geneesmiddelen die het afweersysteem afremmen (immuunsuppressiva). De patiënt werd in het ziekenhuis opgenomen vanwege een steeds terugkerende C. difficile-infectie. Hij ontving antibiotica en onderging een poeptransplantatie. Vijftien uur later ontwikkelde hij coronasymptomen, waarna de aanwezigheid van het virus met een coronatest werd vastgesteld. De coronasymptomen verdwenen echter spoedig, zonder dat hij daarvoor verder behandeld werd.

Conclusies
De twee casussen wijzen volgens de onderzoekers uit dat poeptransplantaties prima kunnen worden uitgevoerd wanneer een patiënt het coronavirus onder de leden heeft. Ook in zo’n situatie is de ingreep veilig en effectief. “Een meer speculatieve vraag is of de poeptransplantatie ook van invloed is op de klinische koers van COVID-19,” zo voegen de wetenschappers toe. Ze wijzen er daarbij op dat beide patiënten die ze in hun studie beschrijven tot een risicogroep behoorden en dus een verhoogde kans op ernstige COVID-19 hadden. Toch ontwikkelden ze allebei slechts milde symptomen. “Dat is mogelijk te verklaren doordat de poeptransplantatie ernstigere uitkomsten voorkwam, mogelijk doordat deze van invloed is geweest op de interactie tussen het microbioom (een verzamelnaam voor alle micro-organismen in en op het lichaam, waarvan het leeuwendeel in de darmen te vinden is, red.) en het immuunsysteem.”

Vervolgonderzoek
Omdat het onderzoek slechts twee patiënten beschrijft, is het onmogelijk om harde conclusies te trekken over de effectiviteit van de poeptransplantatie in de behandeling van COVID-19. Maar de voorlopige bevindingen geven zeker voldoende reden voor grootschaliger vervolgonderzoek, zo stellen de onderzoekers. Ze wijzen er daarbij ook op dat hun studie niet op zichzelf staat. Zo verscheen in september 2020 een vergelijkbaar onderzoek, met vergelijkbare conclusies. Ook die waren echter slechts gebaseerd op twee casussen.

Om meer duidelijkheid te krijgen over de rol die poeptransplantaties in de behandeling van coronapatiënten kunnen spelen, gaan de onderzoekers nu een klinisch onderzoek opzetten. In deze studie zullen patiënten naast de standaard coronabehandeling ook een poeptransplantatie ondergaan. De onderzoekers hopen op korte termijn al te starten met het verzamelen van een groot aantal proefpersonen. En dan zal hopelijk duidelijk worden of de poeptransplantatie ook bij een infectie door SARS-CoV-2 het verschil kan maken.