Speelde jij vroeger ook veel Pokémon-spelletjes op de Game Boy? Dan heb je waarschijnlijk ook zo’n regio in je hersenen!

Als je bent opgegroeid in de jaren negentig, kon je er niet omheen: Pokémon. Urenlang konden kinderen uit die tijd op hun originele Nintendo Game Boy turen en het alom bekende videospel Pokémon spelen, waarin je onder andere Pikachu en Bulbasaur moest vangen, trainen en laten vechten. Heb jij ook zo je jeugd doorgebracht? Dan zou het best kunnen dat Pokémon sporen in je hersenen heeft achtergelaten.

Pokémon-regio
Onderzoekers hebben in een nieuwe studie aangetoond dat volwassenen die in hun jeugd talloze uren Pokémon-spelletjes speelden, een speciale plek in hun hersenen hebben voor het herkennen van Pokémon. En dat is eigenlijk best opmerkelijk. Onze hersenen hebben gebieden die zijn gericht op het herkennen van mensen, plaatsen en dingen. Maar niet alle voorwerpen om ons heen kunnen een specifieke plek opeisen (er zijn bijvoorbeeld geen regio’s voor schoenen of auto’s). Amerikaanse onderzoekers hebben echter ontdekt dat kinderen die tussen de 5 en de 8 jaar veelvuldig Pokémon-spelletjes speelden, een speciale regio in de hersenen hebben – mogelijk zo groot als Pikachu op je Nintendo schermpje – gewijd aan deze fictieve wezentjes.


Kneedbaar
Onderzoeker Jesse Gomez was zelf ook zo’n fanatieke spelfanaat. “Ik speelde non-stop Pokémon Red en Blue vanaf mijn zesde of zevende,” vertelt hij. Uit eerdere studies met apen bleek al dat de hersenen bijzonder kneedbaar en gevoelig zijn voor visuele ervaringen als je jong bent, en dat op die manier specifieke hersengebieden zich kunnen toewijden aan een object. Gomez vroeg zich daarom af of dit ook gold voor mensen. En, als blootstelling in je vroege kindertijd van cruciaal belang is voor de ontwikkeling van specifieke hersengebieden, zouden zijn hersenen – en die van anderen die fervent Pokémon liefhebbers zijn – dan misschien meer op Pokémon-wezentjes reageren dan op andere soorten stimuli?

Experiment
De onderzoeker verzamelde proefpersonen – waaronder hijzelf – die hun jeugd hadden doorgebracht met het spelen van het Pokémon videospel. Vervolgens werd er een hersenscan gemaakt terwijl er honderden willekeurige Pokémon-wezentjes werden getoond. En de onderzoekers kwamen erachter dat de hersenen van deze proefpersonen veel meer op deze beelden reageerden in vergelijking met een controlegroep. Ook bleek dat de hersenactiviteit bij alle proefpersonen plaatsvond op dezelfde locatie; vlak achter de oren op een plek die de occipitotemporal sulcus wordt genoemd. Deze regio wordt ook geactiveerd bij afbeeldingen van dieren (waar Pokémon-wezentjes natuurlijk ook wel wat van weg hebben).

Hersenscan uit de studie. Op de afbeelding is duidelijk te zien dat de occipitotemporale sulcus van volwassenen die het videospel Pokémon speelden meer wordt geactiveerd bij het zien van Pokémon (rechts) in vergelijking met volwassenen die het spel niet speelden (links). Afbeelding: Jesse Gomez

De studie geeft meer inzicht in hoe onze hersenen visuele informatie verwerken. Daarnaast laat het zien dat veelvuldige blootstelling aan ‘iets’ daadwerkelijk veranderingen in het brein kan bewerkstelligen. Echter hoeft dit helemaal niet negatief te zijn. “Alle Pokémon spelende proefpersonen zijn opgegroeid tot succesvolle volwassenen,” aldus Gomez.