Hierdoor moet de maan er in het verleden vanaf de aarde bekeken ietsje anders uit hebben gezien, aldus onderzoekers.

Wetenschappers trekken die conclusie nadat ze waterstof op de polen van de maan bestudeerden. Het waterstof verbergt zich waarschijnlijk in de vorm van ijs in kraters rond de noord- en zuidpool van de maan. Dit ijs is waarschijnlijk miljarden jaren oud. Het ijs dat nu nog in de kraters schuilgaat, heeft zo lang stand kunnen houden, omdat het nooit aan zonlicht is blootgesteld. Maar stel nu dat je de maan een aantal graden draait. Dan wordt het ijs in die kraters wel aan zonlicht blootgesteld: het sublimeert (verdampt) en verdwijnt in de ruimte. Het ijs in deze kraters (of een gebrek aan ijs in kraters) kan dus meer vertellen over de oriëntatie van de maan en een eventuele verandering in deze oriëntatie.

Verandering
Uit het onderzoek blijkt dat de oriëntatie van de maan in het verleden inderdaad anders was. De as – de denkbeeldige paal die door het midden van de maan van noord naar zuid loopt en waar de maan omheen draait – is ongeveer 3 miljard jaar geleden zeker zes graden oftewel 200 kilometer verschoven. Waarschijnlijk gebeurde dat over een periode van één miljard jaar.

Hier zie je waar de noord- en zuidpool zich nu bevinden en waar deze zich in het verleden bevonden. Afbeelding: James Keane / University of Arizona.

Hier zie je waar de noord- en zuidpool zich nu bevinden en waar deze zich in het verleden bevonden. Afbeelding: James Keane / University of Arizona.

De neus omhoog
“Dit was zo’n verrassende ontdekking,” stelt onderzoeker Matthew Siegler. “We zijn geneigd te denken dat objecten in de ruimte er altijd zo uit hebben gezien zoals we ze nu zien, maar in dit geval is het gezicht dat zo vertrouwd voor ons is – het gezicht op de maan – veranderd. Miljarden jaren geleden zorgde een opwarming van het binnenste van de maan ervoor dat het gezicht dat we zien naar boven bewoog naar mate de pool fysiek van positie veranderde. Je kunt het vergelijken met de as van de aarde die verschuift van Antarctica naar Australië. Door de beweging van de pool trok het gezicht op de maan zijn neus op naar de aarde.”

De maan maakt nu deel uit van een illuster gezelschap. Er zijn namelijk maar vrij weinig hemellichamen bekend wiens polen permanent zijn verschoven. Naast de polen van de maan, weten we dat ook de polen van de aarde, Mars, Enceladus (maan van Saturnus) en Europa (maan van Jupiter) zijn verschoven. Een verschuiving van de polen ontstaat door een verschuiving in de massa van een hemellichaam. In het geval van de maan werd dat alles ingegeven door vulkanisme. Vulkanisme zorgde ervoor dat een stukje van de mantel van de maan (een gebied dat we nu kennen als Procellarum) opwarmde. En omdat warme gesteenten minder zwaar zijn dan koude gesteenten, verschoof de massa van de maan. “Die verandering in massa zorgde ervoor dat Procellarum – en de hele maan – in beweging kwam.”