stereotyperingen

Nieuw onderzoek suggereert dat positieve stereotyperingen nog veel gevaarlijker zijn dan negatieve stereotyperingen. Dat komt onder meer door het verradelijke karakter van positieve stereotyperingen: mensen hebben namelijk niet zo snel in de gate dat sprake is van een vooroordeel.

Dat blijkt uit experimenten. Tijdens één van de experimenten kregen 52 proefpersonen twee door wetenschappers geschreven nieuwsberichten te zien. In de artikelen werden (neppe) wetenschappelijke resultaten beschreven die twee stereotyperingen die Canadezen van Afrikaanse afkomst omringen. Het ene artikel bevatte een positieve stereotypering (Afrikaanse Canadezen zijn atletischer dan blanken) en het andere artikel bevatte een negatieve stereotypering (omtrent de intelligentie van de zelfde bevolkingsgroep). Na afloop kregen de proefpersonen de vraag of er in de artikelen vooroordelen zaten. De proefpersonen die het artikel met positieve stereotyperingen hadden gelezen, gaven aanzienlijk minder vaak (in 44,4 procent van de gevallen) aan dat er vooroordelen in zaten dan de mensen die over negatieve stereotyperingen hadden gelezen (73,9 procent van de mensen gaf aan dat er in het artikel sprake was van vooroordelen).

Emotie
In een volgend onderzoek maakten de onderzoekers wederom gebruik van nieuwsartikelen met positieve en negatieve stereotyperingen. Nu keken ze welke emoties proefpersonen bij het lezen van deze artikelen ervoeren. Mensen die over positieve stereotyperingen lazen, vertoonden helemaal geen toename in emotie. Mensen die over negatieve stereotyperingen lazen, wel. Zij ervoeren meer negatieve emoties. “Het laat zien dat positieve stereotyperingen in vergelijking met negatieve stereotyperingen mogelijk gespecialiseerd zijn in het onder de radar blijven,” vertelt onderzoeker Aaron Kay.

WIST U DAT…

…uit eerder onderzoek al is gebleken dat positieve stereotyperingen de prestaties van mensen kunnen hinderen?

Gevaarlijk
Dat positieve stereotyperingen ook gevaarlijk kunnen zijn en zelfs gevaarlijker zijn dan negatieve stereotyperingen, blijkt uit een interessant derde experiment. Proefpersonen moesten verschillende groeperingen beoordelen en verschillen tussen groeperingen opmerken en aangeven of deze aangeleerd of aangeboren waren. Positieve stereotyperingen omtrent bevolkingsgroepen bleken de overtuiging dat verschillen tussen blanken en donkere mensen biologisch waren, te versterken. “Zulke associaties kunnen problematische sociale implicaties hebben,” weet Kay. Dat blijkt ook wel uit het volgende experiment.

In een vierde experiment kregen proefpersonen tenslotte een lijst met tien namen te zien. Ook de leeftijd en scores die deze mensen tijdens een persoonlijkheidstest hadden behaald, zaten erbij. Twee van de tien namen waren typisch Afrikaanse namen. De proefpersonen moesten aangeven hoe groot de kans volgens hen was dat een persoon iets vriendelijks zou doen, de boel zou bedriegen, de criminaliteit in zou gaan of vrijwilligerswerk zou doen. De mensen die daarvoor aan meer positieve stereotyperingen waren blootgesteld associeerden de typisch Afrikaanse namen vaker met bedriegers en criminelen. “Positieve stereotyperingen zijn krachtig, omdat ze de algemene overtuigingen van mensen over de aard van verschillen tussen groeperingen op verradelijke wijze beïnvloeden en – ironisch genoeg – negatieve stereotyperingen oproepen,” concludeert Kay.