De emoties die door het lichaam van een scholier razen wanneer hij wiskunde heeft, bepalen zijn cijfer. Dat blijkt uit onderzoek van Wondimu Ahmed van de Rijksuniversiteit van Groningen. Een scholier die wiskunde leuk en nuttig vindt, haalt hogere cijfers dan zijn zwartgallige klasgenoot.

De emoties draaien grotendeels om het zelfvertrouwen van de leerlingen. Als een scholier denkt goed te zijn in een vak dan staat hij er positiever tegenover. Ook het belang van het vak beïnvloedt de cijfers. “Leerlingen die meer vertrouwen hebben in hun wiskundekwaliteiten en leerlingen die wiskunde zien als een waardevol en interessant vak, ervaren meer positieve emoties,” legt Ahmed uit. “Dat leidt tot betere prestaties en het toepassen van leerstrategieën.”

Verveling
Ahmed richtte zich tijdens zijn onderzoek met name op brugklassers en concludeert dat hun positieve emoties omtrent wiskunde rap afnemen naarmate het leerjaar vordert. De leerlingen gaan zich ondanks de moeilijkere stof vervelen. “Een mogelijke verklaring is dat in het begin van het schooljaar veel kennis van de basisschool herhaald wordt, om zo de overstap naar het middelbaar onderwijs te verkleinen. Als de leerlingen later in het jaar vervolgens geconfronteerd worden met nieuwe stof, daalt hun zelfvertrouwen en daarmee mogelijk hun interesse voor wiskunde.”

Docent
Het onderzoek onderschrijft maar weer eens hoe belangrijk de rol van de docent is. Nu cijfers grotendeels om emoties blijken te draaien, kan een docent alles in de strijd gooien om negatieve emoties onder zijn pupillen in te ruilen voor een positievere visie op het vak. “’Leraren kunnen het zelfvertrouwen van leerlingen verhogen door taken aan te bieden van verschillend niveau. Door de moeilijkheidsgraad geleidelijk op te bouwen kunnen leerlingen meer vertrouwen krijgen. Wie alleen moeilijke taken krijgt, raakt snel gefrustreerd.”

Belang
Ook is het goed om als docent het belang van een vak zo vaak mogelijk te onderstrepen. “Brugklassers zien de waarde van wiskunde nog niet. Dat is een probleem. Leraren kunnen dat veranderen door relevante opdrachten te geven, door wiskunde te verbinden met de praktijk. Bijvoorbeeld: hoeveel verf heb je nodig om deze muur te witten? Dat maakt de stof interessanter en verhoogt de waarde die leerlingen toekennen aan het vak.”

Maar ook ouders wacht een schone taak. “Het lijkt een goed idee dat ouders het belang van wiskunde benadrukken. Ze moeten hun kinderen niet onder druk zetten, maar kunnen bijvoorbeeld wel
laten merken erg geïnteresseerd te zijn in de wiskunderesultaten van hun kinderen. En bij een mindere prestatie kunnen ouders aangeven dat het kind er niet alleen voorstaat. Dat er iemand is die hem of haar wil helpen.”

Wondimu Ahmed promoveert volgende week op dit onderwerp.